De Aquarius in 2018 en de Saint-Louis in 1939

De omzwerving van het reddingsschip Aquarius van Artsen zonder Grenzen, dat niet mocht aanleggen in havens in Italië en Malta, met 629 vluchtelingen aan boord, roept de herinnering op aan een gelijkaardige gebeurtenis in mei en juni 1939. De parallellen tussen wat er nu gebeurt met vluchtelingen die hun heil zoeken in Europa en de Joden, op de vlucht voor het naziregime, zijn opvallend. Niet alleen het feit dat grenzen werden gesloten voor mensen op de vlucht, maar ook de manier waarop rechtse populisten de angst en afkeer voor immigranten aanwakkerden en gebruikten voor eigen politieke gewin, doet ons inzien dat de geschiedenis zich dreigt te herhalen.

Op 13 mei 1939 vertrok de Saint-Louis, het laatste schip met Joodse vluchtelingen dat Duitsland kon verlaten, uit de haven van Hamburg richting Havanna in Cuba. Onder druk van massaal protest, dat werd aangevuurd door uiterst-rechtse partijen, ondersteund door Nazi-Duitsland, weigerde Cuba de 937 passagiers aan land te laten gaan. Daarna waren ze ook niet welkom in de Verenigde Staten, waar president Roosevelt, die onder druk stond van de rechtse isolationalisten, eveneens geen toelating gaf om de Joodse vluchtelingen op te vangen. Het schip zwalpte zes weken op zee, totdat het uiteindelijk toelating kreeg om op 19 juni 1939 aan te leggen in Antwerpen.

Deze toelating kwam van de Belgische regering onder leiding van Hubert Pierlot, maar dat de vluchtelingen in Antwerpen terecht konden, is ook toe te schrijven aan de Antwerpse socialistische burgemeester Camille Huysmans, die tijdens zijn burgemeesterschap, vanaf 1933, ervoor gezorgd heeft dat Antwerpen synoniem werd voor een vluchthaven voor vervolgde vluchtelingen.

Tegen het einde van de jaren ’30 waren naar schatting 50.000 Antwerpenaren van Joodse afkomst. Dat aantal was sinds de machtsovername van Hitler, begin 1933 sterk toegenomen, omdat vele Duitse Joden in Antwerpen toevlucht zochten. Vlak voor de oorlog moet men daarbij ook nog minstens 10.000 (en mogelijk 20.000) niet geregistreerde vluchtelingen uit Duitsland bijrekenen.

Dat gaf al vanaf 1933 aanleiding tot een opstoot van antisemitisme. Niet alleen bij duistere extreemrechtse groeperingen maar ook in de Katholieke Partij, die van 1933 tot 1938 in Antwerpen in de oppositie zat. Twee citaten zijn illustratief.

(Uit de notulen van de Antwerpse gemeenteraad van 17 november 1933) Het katholieke raadslid Delwaide (de latere oorlogsburgemeester), verwijt burgemeester Camille Huysmans “een hetze tegen Duitsland (…) toch de grootste cliënt van onze haven. (…) Ik (…) vraag welke uw inzichten zijn tegenover de scharen vreemdelingen die hier te Antwerpen (…) onze veiligheid in het gedrang brengen. Ik vraag nu wat gij zult doen tegen velen van deze ersatzhandelaars die hier in de laatste tijd zich gevestigd hebben en een groot gevaar opleveren voor onze middenstand; een des te groter gevaar daar de concurrentiemethodes soms alles behalve koopmanschappelijk zijn”

(Uit een pamflet van de katholieke partij, bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1938) “De socialisten hebben ONZE STAD gemaakt tot toevluchtsoord van allerlei vreemd janhagel dat op geboren Antwerpenaren neerziet als op minderwaardigen die niet meer in hun eigen stadspark durven gaan wandelen daar het overrompeld is door het hele volk van Israël.”

Huysmans trad inderdaad, vanaf het begin van zijn burgemeesterschap, met harde hand op tegen uitingen van antisemitisme en vreemdelingenhaat in zijn stad. Herhaaldelijk verbood hij bijeenkomsten en manifestaties van extreemrechtse groeperingen tegen de Joodse aanwezigheid in Antwerpen of liet hij anti-semitische spandoeken en affiches verwijderen. Voor de fascisten van Rex was Huysmans een ‘jodenvriend’ en de socialistische Volksgazet, een ‘jodengazet’. Lode Hancké noemt Huysmans een ‘normatief burgemeester’, waarmee hij bedoelt dat die zich in de uitoefening van zijn functie liet leiden door humane waarden. Het recht op bescherming van minderheden, woog voor hem zwaarder dan het zogenaamde vrije opinierecht.

Wat zijn dan ook de parallellen met wat we nu meemaken, nu opnieuw grote groepen van mensen op de vlucht zijn voor oorlog en miserie?

Opvallend is de gelijkenis tussen het vooroorlogs antisemitisme en de houding van conservatieve en extreemrechtse partijen tegenover immigratie uit moslimlanden. Als men het taalgebruik in de twee hierboven weergegeven citaten bekijkt, dan moet men enkel het woord Joden vervangen door Moslims. Het hedendaagse rechtse woordgebruik over Moslims is bijna identiek. Net zoals toen, valt het op dat ook ‘gerespecteerde’ conservatieve politieke stromingen, zich dergelijk woordgebruik toeëigenen en zo een voedingsbodem scheppen voor vreemdelingenhaat.

Een tweede parallel is geen gelijkenis. We zien dat een burgemeesterschap, dat gebaseerd is op humanistische waarden, tegen die anti-vreemdelingenstroming durft ingaan en ook maatregelen neemt om het sluimerende racisme in te dammen. Huysmans ging tegen de stroom in, maar dat marginaliseerde hem niet. Integendeel, het maakte de socialistische beweging sterker, omdat het mensen mobiliseerde tegen de jodenhaat. Vergelijk dat met de huidige burgemeester en zijn partij, die meedrijven op een racistische onderstroom. Hun idee van exclusief burgerschap bestaat er in onderscheid te maken tussen ‘wij’, de goede Vlamingen, er ‘zij’, die daar niet toe horen. Voortdurend wordt die tegenstelling gevoed, waardoor uitsluiting tot en met duidelijk racisme worden gelegitimeerd.

Het verleden leert ons tot wat het antisemitisme heeft geleid. Daarom verdient Antwerpen opnieuw een burgemeester, die het racisme en de vreemdelingenhaat, kordaat afblokt. Alleen zo kan de stad opnieuw de open wereldstad worden, die het onder Huysmans in de donkere jaren voor WO II is geweest.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.