‘De eerste voorwaarde om als partij aan genezing te beginnen, is erkennen dat je ziek bent.’ (L. Tobback)

Analyse van de Antwerpse resultaten voor de sp.a

door Stephen Bouquin

1 – De cijfers

Laat ons eerst de cijfers op een rijtje zetten. Zodoende vermijden we impressionistische en redelijk subjectieve analyse van de uitslag.De beste globale indicator van het ‘marktaandeel’ van de sp.a kan gezocht worden bij de resultaten voor de provincieraadsverkiezingen op niveau van de stad Antwerpen. Sp.a verliest hier meer dan 10.000 stemmen en zakt van nagenoeg 19% naar 11%.

globale resultaten sp.a 2018 2012
% stemmen % stemmen
Gemeenteraad Stad Antwerpen 11,4% 32.327 28,6% ° 77.867
Provincieraad (perimeter stad A) 11% 29.816 18,9% 40.562

° kartel met CDV (CDV 2018=> 19.151 / 6,8%)

In vergelijking met 2006 verliest de sp.a 24 procentpunten (van 35% naar 11%). Ten opzichte van 2012 is het verlies eveneens indrukwekkend. De stadslijst van sp.a en CD&V behaalde toen een ongeveer 77.000 stemmen terwijl in 2018 beide formaties samen goed zijn voor 48.000 stemmen. Vermoedelijk zijn de sp.a stemmen voornamelijk naar Groen en de PVDA gegaan.

Wanneer we de resultaten bekijken op niveau van de districten is de neergang nog duidelijker.

resultaten sp.a  in de districten 2018 2012
% stemmen % stemmen
District 2040 **27,4% 1.793 **32% 2.021
Antwerpen 12,6 11.524 °29,6% 25.970
Berchem *35,4% 9.017 *34,8% 8.465
Borgerhout 13,4% 3.067 *36,1% 7.937
Deurne 10,2% 4.349 23,9% 10.105
Ekeren 9% 1.621 14,6% 2.168
Hoboken 12,8% 2.881 *20,8% 4.601
Merksem 11,1 2.764 *22,5% 5.592
Wilrijk 9% 2.241 16,3% 4.012

* kartel met Groen // ** kartel met lokale onafhankelijken en Groen

In het geval van vergelijkbare resultaten – waarbij sp.a alleen opkomt – zijn de verliezen het grootst in Wilrijk (van 16% naar 9%) en Ekeren (van 14,6% naar 9%). Wanneer sp.a in kartel met Groen opkomt, zoals in Berchem, dan blijft het resultaat quasi ongewijzigd. In de vier andere districten waar men opkwam met Groen in 2012 en ditmaal onder eigen vlag verliest de sp.a ofwel meer dan de helft van de stemmen (Borgerhout, Deurne) ofwel net de helft (Merksem). Enkel in Hoboken wordt de schade beperkt met een aderlating van minder dan 50%.

Opvallend is ook dat in het district Borgerhout, ondanks positief medebestuur en een redelijk grote zichtbaarheid van onze plaatselijke kopstukken, de resultaten ontgoochelend zijn. Groen neemt het ‘marktleiderschap’ over en sp.a wordt de kleinste van de drie formaties.

District Borgerhout 2018 2012
% stemmen zetels % stemmen zetels
Groen 32 7.322 9 / / /
PVDA 15,9 3.635 4 17,1% 3.754 4
Sp.a 13,4 3.067 3 / / /
Kartel sp.a-Groen 16 36,1 7.937 9
Totaal (centrum) links     16     13
Open VLD 4 920 1 4,4 964 1
CDV 6,7 1.530 1 7,8 1.715 2
NVA 21,4 4.897 6 25,5 5.613 7
Vl Belang 6,6 1.499 1 9,2 2.025 2
Totaal rechts + extr.rechts
    9     12

Het is natuurlijk moeilijk de situatie van Borgerhout te extrapoleren naar de rest van de stad. Toch moet gezegd worden dat in een situatie waarin de progressieve krachten of de linkerzijde globaal genomen vooruit gaat (van 12 naar 16 zetels of van 53% naar 61%) de socialisten achteraan bengelen.

Samengevat:

  • De sociaaldemocratie verliest fors terrein op 6 à 12 jaar tijd en bevindt zich net boven of onder de 10% drempel. Dit betekent een politieke marginalisering van formaat. Anders gezegd ‘groot links is klein links aan het worden’…
  • We zien hetzelfde bij rechtse formaties in Antwerpen, waar Open VLD en CDV ver onder de 10% zijn gezakt en institutioneel enkel kunnen overleven mits het aanleunen bij de marktleider, in hun geval de N-VA.
  • Roodgroene samenwerking onder kartelvorm heeft deze marginalisering vermeden. De resultaten van Berchem bevestigen de resultaten van de kartels met Groen van 2012. Anderzijds slaagt Groen er wel op haar eentje in 32% te behalen in Borgerhout).

2 – Hoe gaan we hier mee om?

Zoals we maar al te goed weten gaan mensen op verschillende manieren om met slecht nieuws…

a). Demoralisatie en fatalisme => ‘Ja, we hebben ons kapot bestuurd en onze politieke neergang is daarvan het onafwendbaar resultaat.’ Deze houding interioriseert de argumentatie van onze tegenstanders ‘het is de schuld van de sossen’ en we voegen er aan toe dat het ons eigen schuld is of, beter die van onze voorgangers (van Patrick Janssens tot Léona Detière of Bob Cools).

b). Naïef optimisme => ‘we hebben de bodem bereikt, het kan enkel terug opwaarts gaan! Vooruit met de geit!’  In feite durven we niet in de achteruitkijkspiegel kijken, en overtuigen onszelf dat het allemaal vanaf nu beter zal gaan. De analyse van hoe het zover is gekomen blijft oppervlakkig en bepaalde oude gewoontes blijven van toepassing. We vernieuwen personeel, boegbeelden en begrijpen niet dat we, zonder een koerswijziging en een andere praktijk, hun geloofwaardigheid zeer snel zullen opbranden.

c). Zelf-Kritisch voluntarisme => Noch de armen laten zakken, noch wegkijken maar begrijpen en vastberaden werken aan een renaissance of heropstanding van de socialistische beweging. Dit vergt een diepgaande analyse te maken van wat er veranderd is, wat verkeerd werd aangepakt met op de achtergrond een aanzienlijke sociaal-demografische evolutie. Ook is het nodig een scherpe analyse te maken van de campagne, methode en inhoud en profilering van onze partij. Niet dat een andere campagne de sp.a 10% meer zou opgeleverd hebben maar misschien wél 2 of 3%. Wat in de gegeven omstandigheden al niet mis is.

Persoonlijk meen ik dat zelf-kritisch voluntarisme zowat onze enige optie is. Zoals Louis Tobback wist te zeggen: ‘De eerste voorwaarde om als partij aan genezing te beginnen, is erkennen dat je ziek bent.’

3 – De structurele oorzaken van de verkiezingsnederlaag

Een aantal oorzaken zijn structureel en hebben met de algemene maatschappelijke toestand te maken. Die heeft de sociaaldemocratie niet in de hand, maar terzelfdertijd moet vast gesteld worden er geen adequaat antwoord wordt gezocht.

Zo is er het demografisch gegeven, dat de generatie geboren tussen 1930 en 1950, waar de sociaaldemocratie in het verleden belangrijke scores haalde, steeds verder uitdunt. Daar staat tegenover dat de sp.a er niet in slaagt aansluiting te vinden bij de min 25 jarigen en degenen die voor de eerste keer gaan stemmen. Dat laatste heeft te maken met de beeldvorming van een partij die nog altijd bij de traditionele machtspartijen wordt gerekend en die niet geloofwaardig is om de huidige maatschappelijke problemen zoals de milieucrisis of de toenemende armoede consequent ter harte nemen.

We kunnen ook niet omheen de vaststelling dat afwijzing en racisme, zij het dikwijls latent en niet openlijk diepgeworteld is in de ‘witte’ middenklasse. Dat verklaart waarom het Vlaams Belang stand houdt en het is ongetwijfeld ook een drijfveer voor een groot deel van het N-VA electoraat. Ondertussen groeit de groep progressieve stedelingen weliswaar aan, maar die ziet vooral zijn heil in Groen en in mindere mate in de PVDA. De sp.a kan met haar imago van oude beleidspartij deze groep niet aanspreken.

Ten slotte blijft het neoliberaal eenheidsdenken hegemonisch in de geesten van vele mensen. Zelfredzaamheid haalt het op solidariteit. Het marktdenken overheerst in het bestuur van de stad, tot en met de vermarkting van het sociaal beleid en het uitbesteden van politietaken aan privébedrijven. Zolang een geloofwaardig tegen-hegemonisch verhaal ontbreekt, kan dit eenheidsdenken niet worden doorbroken.

4- De interne oorzaken van de verkiezingsnederlaag: een zwakke campagne door een gedesorganiseerde partij

Naast de structurele oorzaken moeten we ook kritisch durven kijken naar de campagne en de middelen die werden ingezet.

De mislukking van Samen, de Lijstvorming en het boegbeeld

Het debacle van Samen zal later, wanneer het in een historische context kan worden geschetst, kunnen beoordeeld worden als een historische flater of als een intermezzo in de hertekening van de linkerzijde. Het resultaat van het kartel in Berchem toont echter aan dat Samen een electoraal succes had kunnen worden, waardoor twee duidelijke blokken tegenover elkaar zouden zijn komen staan. In Gent is gebleken dat Groen ook met een dergelijk kartel een zeer goed resultaat heeft kunnen neerzetten. Achteraf beschouwd, heeft het opbreken van het kartel misschien de sp.a in geen goed gedaan, het heeft er in elk geval ook voor gezorgd dat de politieke slagkracht van Groen na de verkiezingen aan banden werd gelegd.

Voor de sp.a heeft het opbreken van het kartel er zeker voor gezorgd dat de lijstvorming, en meer in het bijzonder de zoektocht naar een boegbeeld moeilijk verlopen is.

Jinnih Beels heeft aangetoond dat ze in moeilijke omstandigheden overeind kon blijven en de confrontatie met andere boegbeelden aankon. Toch maakte een lijsttrekker zonder partijkaart met een rond haar persoon georganiseerde campagne de sp.a-campagne kwetsbaar. Een socialistische lijst getrokken door iemand die geen partijkaart kon worden aangegrepen als bewijs van de zwakte van de partij.

Afgaande op wie uiteindelijk verkozen werd, kan worden vastgesteld dat kandidaten met een migratieachtergrond relatief beter (blijven) scoren terwijl de anderen een flink deel van hun voorkeurstemmen van 2012 zijn kwijt gespeeld.

Bad Organizing

De achterban (leden en sympathisanten) werden nooit echt betrokken volgens de nieuwe technologieën van Big Organising die nochtans hun effectiviteit hebben aangetoond in de campagne van Bernie Sanders en de Labourpartij onder leiding van Jeremy Corbyn.

De telefoonronde van april-mei leverde  contacten op van mensen die bereid waren een affiche voor hun raam te hangen. Maar deze contacten (leden en sympathisanten) werden pas eind augustus bevoorraad met materiaal.

De campagne kwam veel te laat op gang, met materiaal dat dikwijls erg laat werd geleverd. Van een precampagne vanaf de maand mei, tot het begin van de eigenlijke campagne in september was nauwelijks sprake.

Geen socialistische campagne

Het goedgekeurd programma was duidelijk socialistischer (of ‘linkser’) dan het vorige uit het Janssens-tijdperk.

Indien we rondvragen bij kandidaten wat precies de inhoud was van het zorgplan mag voor het antwoord gevreesd worden. Het mobiliteitsplan was te complex én onoverzichtelijk met betrekking tot een paar belangrijke zaken (autovrij/autoluw). Het openbaar vervoer, op zich niet direct een stedelijke bevoegdheid, kon een hot issue worden. Maar dan moest ook ineens gezegd worden hoe de stad De Lijn ter orde kan roepen en welke middelen zij kan inzetten om het probleem te remediëren.

De verommeling van de openbare ruimte bood de gelegenheid om het rationaliseringsbeleid van het stadsbestuur in vraag te stellen. In plaats daarvan werden twee grafiekjes met omgekeerde curves op sociale media gepost: het stijgend aantal meldingen van sluikstorten en het dalend aantal gasboetes. Alsof er tussen beide een causaal verband of zelfs een correlatie bestaat. De stadsreinigingsdienst disfunctioneert al jaren. Straatvegers moeten achter de vuilkar lopen want er is een personeelstekort én desorganisatie. De routes worden langer, en de vrachtwagens rijden dikwijls rond met een netto-lading die het maximum overtreft. Sluikstorten en zwerfvuil neemt automatisch toe wanneer het niet onmiddellijk wordt weggehaald. Uiteindelijk ontstaat er een sfeer waarbij niemand nog zorg draagt voor de netheid. Toch heeft de sp.a campagne enkel de focus gezet op sanctioneren van sluikstorters en het responsabiliseren van inwoners.

Bestrijden van armoede kan geen vaag en algemeen principe blijven. De common sense bij de meerderheid van de bevolking staat dichtbij het NVA discours: hoe socialer de stad is hoe meer armen er zullen bijkomen. Om dit te doorbreken moet een alternatieve visie uitgedragen worden, weg van het ‘voor wat hoort wat’ verhaal. Dit was er niet. Antwerpen heeft haar schulden afbetaald; er zijn begrotingsmarges en er is nood aan bestuur dat zich ontfermt over de stad en haar inwoners. Mensen die geholpen moeten worden hebben hier recht op. Het tegenverhaal bestaat, het volstaat in feite te bukken en het op te rapen…

Onderwijs: zeker een juiste benadering, maar desalniettemin onvoldoende duidelijk over de extra financiering en de nood aan extra onderwijzend personeel. Met coaching en bijscholing alleen zal de uitval in het onderwijs niet dalen. Een tribune van ACOD’er Wim Benda staat vol met voorstellen voor een ander beleid.

Veiligheid: op dit vlak stonden we sterk maar veel heeft het niet mogen baten. Preventie en wijkagenten lossen ook niet alles op. De Wevers war on drug kreeg een deuk maar het geloof in een harde aanpak blijft overeind. In een debat scoren met ‘U bent te soft’ is misschien uppercut maar tegelijkertijd ook een own goal want het ontkracht al wat voordien is gezegd…

Tewerkstelling: een algemeen correct discours maar weinig concrete maatregelen. De stad heeft rechtstreeks niet veel armslag. Men inzetten op de ontwikkeling van een creatieve stedelijk ingebedde economie en sociaal ondernemerschap faciliteren. Men kan werktijdverkorting toepassen bij de stadsdiensten en extra personeel aanwerven waar nodig. Natuurlijk is opleiding een hefboom, op voorwaarde dat er jobs zijn. Nu zijn er een pak jobs in de haven, maar de toegang is ontoereikend (openbaar vervoer) of de aanwerving is selectief (discriminerend). Een nieuwe en groene maakindustrie is nodig maar ook daar moeten hefbomen duidelijk vermeld worden (facilitering krediet en werkruimtes).

Diversiteit en gelijke rechten: op de onhandige stemmingen in de provincieraad na was onze boodschap op dit vlak wél duidelijk. Praktijktests is een eerste stap inzake antidiscriminatiepolitiek. Diversiteitsmanagement bij de stad kan bijvoorbeeld veel beter.

Milieu en fijn stof: we hebben hier onvoldoende eigen accenten in de campagne in de verf gezet. Neen, de overkapping is niet zaligmakend (binnen 10 jaar!?). Indien we minder auto’s in de stad willen moeten we ook bouw van parkings in vraag durven stellen…

Kortom, er kan moeilijk gezegd worden dat de baseline ‘Opnieuw Vooruit’ tijdens de campagne een scherpe en duidelijke inhoud heeft gekregen. Het bleef grotendeels bij algemene bewoordingen en principes. De campagne was heel wat minder socialistisch dan het programma.

In tegenstelling tot Groen werd ten slotte niet duidelijk gezegd dat de sp.a voor een progressieve meerderheid ging (met Groen, CDV en eventueel gedoogsteun van PVDA). De sp.a had hier duidelijk moeten op inspelen. Maar in plaats van dit script te volgen kregen we een onsamenhangend ‘wij doen niet mee aan stratego’ om dan te zeggen ‘wij gaan de tafel zitten’ of ‘zeg nooit nooit’… Dergelijke onduidelijkheid is dodelijk voor de geloofwaardigheid en heeft quasi zeker een aantal linkse stemmen naar Groen en de PVDA gedreven.

Doordat er geen duidelijke programmapunten werden geformuleerd, kon elke kandidaat wel freewheelen maar dit geeft dan weer een algemeen beeld dat veel weg heeft van een ‘Mexikaans leger’ (waar iedereen in alle richtingen schiet, meestal lukraak).

5 – Besluit en mogelijke remedies

  • Het is ei zo na ‘vijf na twaalf’ voor de Antwerpse sp.a. Als het provinciaal resultaat zich herhaalt in mei 2019 dan zakt de sp.a in de Antwerpen van 4 naar 2 à 3 zetels.
  • Bestuursdeelname met NVA is in deze context een geperfectioneerde vorm van het gedrag dat lemmings vertonen. Noem het gewoon maar Hara Kiri. Op vlak van onderhandelingen hebben we duidelijke breekpunten nodig om ons door de media niet onder druk te laten zetten als ‘onverantwoordelijk’.
  • De erfenis van het verleden weegt nog steeds door op vlak van partij-desorganisatie. De sp.a is in Antwerpen een slecht georganiseerde kiesvereniging geworden zonder veel voeling en raakvlakken met de samenleving. De basisleden die dergelijke voeling wel hebben worden dikwijls niet gehoord. Vele campagnevoerders voelden bijvoorbeeld op het terrein aan dat de partij slecht zou scoren, maar dat signaal werd nauwelijks gehoord.
  • Geloofwaardigheid en vertrouwen moet heropgebouwd worden met de achterban en het potentieel electoraat: een zelfkritisch bilan zou niet misstaan. Gekoppeld aan deontologische codex, nieuwe en frisse politieke praktijken van interne consultatie, digitale democratie, toepassing van de principes van Big organizing.
  • De centrumlinkse of sociaal-liberale profilering (de beruchte 3de weg) moet definitief worden afgezworen. Dat begint met het afzweren van a-ideologsich pragmatisme dat zover kan gaan als een bestuurscoalitie met de oer-rechtse, neoliberale en dikwijls racistische N-VA.
  • Een nieuw mobiliserend verhaal moet de traditionele socialistische waarden van gelijkheid en solidariteit verbinden met een ecosocialistische opstelling. Leefkwaliteit en strijd tegen de klimaatverandering moeten in een anti-systeem programma worden vertaald, dat ingaat tegen het neolibeale eenheidsdenken.
  • De partijwerking moet van onderuit heropgebouwd worden: per district een lokaal met regelmatige activiteiten, open door policy, zitdagen, sociale en juridische hulp; ideologische en politieke vorming opnieuw invoeren en waarderen; een gerichte campagne naar jongeren. We mogen niet enkel actief zijn in verkozen raden maar moeten ook acties durven ondernemen als activistische oppositiepartij rond huisvesting, mobiliteit, stadsreiniging, vergroening en gezonde lucht

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.