De Hollandse scheurtjes van Doel 3 en 4

Recent was er een defect in de kerncentrale Doel 1 (april 2018). De reactorkuipen van Doel 1 en 2 werden gebouwd door Cockerill in België volgens de voorschriften  van de licentiehouder Westinghouse en vertonen geen scheurtjes. Het defect is ernstig, maar het gevaar is, in tegenstelling met wat volgt, beperkt. De reactorvaten van Doel 3 en 4 en deze van Tihange, werden gebouwd door de Rotterdamse Droogdokmaatschappij (RDM), zoals ook o.a. deze van Grevelingen in Frankrijk, vlak bij De Panne. Voor België kreeg RDM deze opdracht van Fabricom.
 
Van deze reactorvaten — RDM heeft er een zeer groot aantal van gebouwd — zegt Westinghouse dat ze niet gebouwd zijn volgens hun industriële methode en niet beantwoorden aan de fabricatienormen zoals voorgeschreven aan onderaannemers. Deze kuipen zijn gemaakt in gewoon staal, waarop twee lagen roestvrij staal gelast worden. Na het lassen van elke laag moet het werkstuk in zijn geheel opgewarmd en langzaam, gecontroleerd, afgekoeld worden. Dit om de mechanische spanningen eruit te verwijderen. Bij deze bewerking is er, om tijd en geld te sparen, door RDM geknoeid. Er zijn mechanische spanningen overgebleven die aanleiding geven tot de huidige scheurtjes.
 
De Nederlandse regering draagt dus de verantwoordelijkheid om de eigenaars en uitbaters van RDM  op te sporen  en ter verantwoording te roepen. Wat voorafgaat mag geen twistpunt worden tussen Nederland en België. Het gaat om de veiligheid van de bevolking die in de nabijheid van de kerncentrales woont, ongeacht de nationaliteit. Een reactorvat werkt onder zeer hoge druk en temperatuur. Als het ontploft verspreiden de radioactieve deeltjes zich over een zeer uitgestrekt gebied, afhankelijk van de windrichting op dat ogenblik.

Bij de regeringsovereenkomst van januari 2018 werd beslist alle kerncentrales te sluiten, ten laatste in 2025. De NV-A bij monde van Bart De Wever liet daaraan toevoegen:”tenzij de elektriciteitslevering in het gedrang komt”. Twee kerncentrales zouden dan in bedrijf moeten blijven. Dit is meer dan een adder onder het gras om de hiernavolgende redenen.

Elektriciteit is energie van een hogere kwaliteit en moet voorbe-houden worden voor drijfkracht, verlichting en noodzakelijke industriële toepassingen. De warmte die vrijkomt bij de productie van elektriciteit moet gebruikt worden voor ruimteverwarming. Thans wordt die afgevoerd in een rivier of de atmosfeer. Elektriciteit of ook aardgas rechtstreeks omzetten in warmte op lage temperatuur is een enorme verspilling. Als dat werkelijk het doel is, moet het rendement niet 100 maar ten minste 120 % zijn. Tot dit cijfer komt men door vanaf de warmte op hoge temperatuur eerst voor 40% elektriciteit te maken en de rest te gebruiken voor ruimteverwarming. Dezelfde redenering geldt voor aardgas; een hoogwaardige brandstof waarmee rechtstreeks een gasturbine kan worden aangedreven. Een gasketeltje met 100 % rendement, is dus een verspilling.
 
Er dient zich thans een prachtige gelegenheid aan om wat voorafgaat om te zetten in de praktijk door de verbrandingsoven van Wilrijk te gebruiken voor de productie van elektriciteit en stads-verwarming. Stadsverwarming bestaat o.a. in Breda, Tilburg, en Hamburg. Wat voorafgaat staat in sterke tegenstelling met de huidige praktijk waarbij winkels en woningen verwarmt worden met elektriciteit. De winkels zelfs met openstaande deur, waarbij dus de straat verwarmd wordt en gekoeld in de zomer.
 
De huidige vraag naar elektriciteit beantwoordt niet aan een werkelijke behoefte en men moet zich dus afvragen of men daarvoor de veiligheid van de bevolking in gevaar wil brengen. Dit door ook na 2025 nog eenheden in dienst te houden.
 
ir Jan Vroman, Mortsel.
 
(deze gastbijdrage werd eerder op De Wereldmorgen gepubliceerd)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.