Europees centrum-links blijft verliezen omdat het neoliberalisme niet werkt!

Toespraak van Paul Mason op de Europe Together conferentie in Brussel op 18 oktober 2017.
 
Op 13 oktober 2017 tweette Lloyd Blankfein, CEO van de multinationale financiële onderneming Goldman Sachs: “Op het IMF in DC. Vreemd dat de politiek het overal zo moeilijk heeft terwijl de economieën wereldwijd het (meestal) goed doen en de wereld (bijna overal) in vrede is.”
 
Mijn antwoord op deze bedenking: het neoliberalisme werkt niet. Met neoliberalisme bedoel ik niet alleen de ideeën van Friedrich Hayek en Milton Friedman – hun ideologie is nooit een volledige beschrijving geweest van het huidige systeem dat werd gecreëerd door Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Boris Yeltsin en Deng Xiaoping. Ik heb het wel over het globale economische systeem dat zorgde voor groei en technologische vooruitgang tussen 1989 en 2008 maar dat dat nu niet meer doet.
 
Voor mij beschrijft de term neoliberalisme het systeem in zijn geheel: de landen die lenen, importeren en consumeren; en de landen die sparen, uitlenen, exporteren en produceren. Zolang dat systeem werkte, zorgde het voor een bruto globaal onevenwicht. Het logisch gevolg van dat onevenwicht was een financiële catastrofe.
 
 
De economen Anton Brender en Florence Psiani schreven in 2010: ‘het enige dat de wereld terug in evenwicht kon brengen was de financiële crisis van 2008’. Sindsdien ligt het neoliberalisme op intensieve zorgen, hangt het aan een baxter, onder de vorm van 15 biljoen dollar aan wat in het financiële jargon ‘kwantitatieve geldverruiming’ (quantitative easing) wordt genoemd. Je kan een economie gedurende enige tijd aan een baxter hangen maar dat lukt niet met een ideologie. Het menselijk brein heeft toch enige coherentie nodig.
 
Voor vele mensen in de ontwikkelde landen is er geen coherent verhaal dat vertelt hoe hun levens zullen verbeteren. Zij weten dat hun kinderen armer zullen zijn dan zij zelf en zij zien een elite – zoals Blankfein en zijn gezellen – die het niet begrijpt. Gewoon arm zijn wordt immers nog erger als je tegelijkertijd ziet hoe de elite rijker wordt en doorgaat met knoeien.
 
In 2015 publiceerde de Bank of England een analyse van de bronnen van globale groei in verleden en toekomst (zie grafiek). De zwarte lijn vertegenwoordigt de huidige en de toekomstige groei. De gekleurde balkjes tonen wat heeft gezorgd voor die groei. Je ziet dat tussen 1980 en 2015 – de periode van de neoliberale globalisering – de groei min of meer stabiel was. Wat veranderde, is wat voor die groei zorgt.
 
Tijdens de opleving van het neoliberalisme, voor 2000, kwam een groot gedeelte van de groei voort uit een groeiende beroepsbevolking (de zgn. ‘Great Doubling’). Je ziet dat op de grafiek in het blauw. Er was echter ook groei door een verbeterde productiviteit. Dat zie je op de grafiek in het geel (growth at the frontier of productivity). Het ging dan vooral over beter onderwijs en technologische verandering.
 
Na 2000 is de meeste groei ‘inhaal-groei’ (catch-up growth), daar de BRIC-landen (Brazilië, Rusland, Indië, China en Zuid-Afrika) – en vooral China – echt op de wereldmarkt kwamen meespelen. Kijk echter naar de zwarte lijn die de toekomst projecteert. Als de economisten van de Bank of England gelijk hebben, dan zal er in de toekomst minder groei zijn dan er in de voorbije 40 jaar was. En dat zal dan vooral ‘inhaal-groei’ zijn, die niet wordt aangezwengeld door technologische verandering.
 
Alhoewel de grote meerderheid van de kiezers in Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk en de VS deze grafiek nooit gezien hebben, zie je aan hun gedrag en hun psychologie dat ze aanvoelen dat dit alles inderdaad aan de gang is en dat de beste dagen van het kapitalisme voorbij zijn. De schok wordt nog groter omdat het neoliberalisme verondersteld werd om voor eeuwig te duren: zoals het nu is, voor altijd maar dan beter. Sinds 2008 is de belofte van het neoliberalisme echter: zoals het nu is, voor altijd maar dan slechter.
 
In mijn boek, PostCapitalism (2015), argumenteerde ik dat we voor een keuze staan – het neoliberalisme opzij schuiven of het zal de globalisering vernietigen. Dat is wat nu gebeurt. Je ziet niet enkel xenofobe bewegingen, gewelddadige vrouwenhaat en racisme; er zijn ook delen van de zaken-elite die bereid zijn om die bewegingen te gebruiken om politieke macht te verwerven. Donald Trump, Alternative für Deutschland (AfD), Marine Le Pen, Ukip en de Oostenrijkse Freiheitliche Partei Österreichs (FPÖ) bezitten allemaal de essentiële kenmerken van wat Hannah Arendt beschrijft in haar boek The Origins of Totalitarianism (1951): zij vormen een alliantie van de ‘elite en de maffia’. Alhoewel het eigenlijk niet om klassieke fascistische partijen gaat, hebben zij succes op basis van de elementen die de Duitse socioloog Erich Fromm in de jaren 1930 observeerde: vermoeidheid, gecombineerd met eenzaamheid, en de uitputting en het falen van links.
Uiterst-rechts en de conservatieve partijen convergeren momenteel niet rond een programma dat terug wil naar het nationaal staats-geleide kapitalisme uit het Keynesiaanse tijdperk.
 
Als je luistert naar Donald Trump, naar het rechtse Britse conservatieve parlementslid Jacob Rees-Mogg en naar de AfD, dan is hun project het neoliberalisme. Dat project zal echter niet werken. De historicus Charles P. Kindleberger stelde in zijn boek The World in Depression: ‘als staten enthousiast concurrreren in een ‘negative-sum game’, (wat wil zeggen een politiek waarin winst en verlies elkaar uiteindelijk opheffen – noot van de vertaler), dan is de uitkomst een kleinere globale economie.
 
Wat moeten we er dan tegen doen?
 
Ten eerste moeten we duidelijk zeggen: het neoliberalisme is voorbij. De sociaal-democratie was er op uit om een surplus te verkrijgen via een gefinancialiseerde, geglobaliseerde vrijemarkteconomie, om dat dan te herverdelen als compensatie voor gestagneerde lonen en geatomiseerde gemeenschappen. Dat is niet langer mogelijk. Hoe meer je dat probeert, hoe meer je competitief gedrag moet opleggen aan alle aspecten van het leven, van de koffiebar tot het gehele welvaartssysteem, tot huisvesting, tot zelfs de manier waarop je iemand moet zoeken voor een date.
 
De eerste belofte van een radicale sociaal-democratie zou moeten zijn: we zullen de grote privatiseringsmachine stop zetten. De tweede belofte kost ook niets: we stoppen ermee om marktgedrag op te leggen en in de plaats daarvan bevorderen we de menselijke, samenwerkende impulsen, die al 30 jaar onderdrukt zijn door het neoliberalisme.
 
Om dit mogelijk te maken is een alternatief economisch model nodig, samen met een verhaal van hoop, een sociale beweging om ervoor te vechten en partijstructuren die dit alles bevorderen in plaats van het te verhinderen.
 
In mei 2017, zongen mensen spontaan de naam van Jeremy Corbyn in een voetballied. Er waren 12,9 miljoen mensen die voor Labour stemden in de verkiezingen van juni omdat de partij twee zaken te bieden had: een duidelijk beleidsalternatief voor het neoliberalisme en een verhaal van hoop.
 
Ik was tegen de strategie van de Derde Weg in de jaren 1990 maar ik moet wel erkennen dat de regeringen Blair/Brown voor reële vooruitgang inzake sociale rechtvaardigheid zorgden. De strategie van de Derde Weg was logisch als je geloofde dat het neoliberalisme voor eeuwig zou duren. Sinds 2010 worden we echter met de vraag geconfronteerd: wat te doen nu blijkt dat het neoliberalisme niet werkt?
 
Gedurende de vijf jaar onder Ed Miliband hebben we geprobeerd om deze vraag uit de weg te gaan. Tegelijkertijd werd de volkse verbondenheid die zo kenmerkend was voor de Britse sociaal-democratie uiteen gerukt. Door het progressieve nationalisme in Schotland; door de xenofobie van Ukip in Engeland en in delen van Wales, die 4 miljoen stemmen oogstte in de Europese verkiezingen van 2014; door het ontstaan van een netwerk van een sociaal liberaal salariaat dat zich afwendde van de technocratische politiek en vooral aandacht had voor klimaatverandering, persoonlijke vrijheid en dergelijke.
 
Toen 2016 eraan kwam voelden velen uit de arbeidersklasse zich vervreemd van het politieke discours en was er een grote bezorgdheid over de impact van de Europese migratie op de openbare dienstverlening. Wanneer het gehele politieke centrum, ondersteund door dat liberale salariaat, dan vertelt dat men de migratie kan verminderen door uit de EU te stappen, dan kiezen 17,4 miljoen kiezers er ook voor om eruit te stappen.
 
Zelfs voor de Brexit was het duidelijk dat er slechts één manier was om de verbondenheid met het volk te herstellen: economisch radicalisme en een visie op een nieuw soort kapitalisme, voorbij het neoliberalisme. Dat verklaart waarom in 2015, tienduizenden lid werden van de partij toen Jeremy Corbyn zich kandidaat had gesteld voor het voorzitterschap van Labour, om voor hem te kunnen stemmen. Dat verklaart ook waarom, toen de partij-hierarchie, de meerderheid van de parlementsleden en de Britse media, hem in 2016 probeerden te onttronen, nog eens meer dan 180.000 mensen lid werden om hem te verdedigen.
 
De weg van het winnen van het partij-leiderschap naar het vernietigen van de parlementaire meerderheid van Theresa May was niet gemakkelijk. Corbyn heeft ook fouten gemaakt. Zijn team was onervaren en door zijn tegenstanders is er veel energie geïnvesteerd om dat in de verf te zetten.
 
In het EU-referendum probeerde Corbyn om een Labour-campagne te voeren, gebaseerd op kritiek op en hervorming van het Verdrag van Lissabon. Dat was echter een moeilijke boodschap die verloren geraakte – vooral ook omdat zijn voorstellen inzake migratie een langetermijnoplossing voorstonden, terwijl de Labour-kiezers tegelijkertijd een gemakkelijkere kortetermijnoplossing werd voorgeschoteld: de EU verlaten.
 
In juni 2017 namen bijna 13 miljoen mensen deel aan onze interne discussies en zij vertelden ons dat zij voorstander waren van een radicale, sociaal-democratische regering en van een zachte Brexit. Enkele factoren veranderden de zaken. Ten eerste was er het verkiezingsmanifest van Labour. Vanaf het moment dat we dat bekend maakten, werd de massa rond Corbyn echt, chaotisch en spontaan .Door een strikte fiscale regel te formuleren – enkel lenen om te investeren – maakte Labour het voor zichzelf mogelijk om twee zaken te beloven: een investeringsprogramma van 250 miljard pond en een programma van 49 miljard pond aan belastingverhogingen om een einde te maken aan de soberheidspolitiek.
 
In meerdere plaatsen waar Ukip goed scoorde, hoorde ik dat actieve, gepolitiseerde Ukip-leden terug op zoek gingen naar affiches van Labour. Zij vertelden dat ze ‘enkel dat manifest nodig hadden’. Zij wilden enkel horen dat Labour zich terug ten dienste ging stellen van de gemeenschap en niet van de rijken.
 
Ten tweede hebben we een verhaal nodig dat verder gaat dan de politiek. Om de stem van de jeugd snel terug te winnen (in één keer 64 percent!) is er meer nodig dan enkel beleid – je hebt een verhaal nodig. Dus, in de laatste week van de campagne, op advies van onze vrienden van Podemos, hebben we bewust ‘la remontada’ opgevoerd. We voerden een campagne die inging tegen ons eigen beeld, bijna tegen ons eigen zelf – we gingen in het offensief op basis van voorstellen over de politie, de nationale veiligheid en terreur, daar waar de rechtse pers altijd vertelt dat dit nadelig zou zijn voor ons.
 
Ten derde, we ontwikkelden een organisatorische vorm die aangepast was aan een de snel ontwikkelende civiele maatschappij. Herinner je dat Jemery Corbyn geen volledige controle had over het partijhoofdkwartier en de partijraad.
 
Dus maakten we gebruik van de pro-Corbyn drukkingsgroep Momentum om te doen wat het partijhoofdkwartier niet wilde doen: campagne voeren voor het veroveren van nieuwe parlementaire zetels en niet enkel het verdedigen van degene die we al hadden. We stuurden mensen naar kiesdistricten waar lokale partij-officials hen soms weg stuurden omdat ze niet geloofden dat ze konden winnen. En we wonnen toch. We produceerden goedkope satirische video’s die geen enkele partij-official zou goedkeuren. Eén van die video’s, waarin een meisje commentaar geeft op haar vader die conservatief stemt, werd bekeken door 8 miljoen mensen.
 
We wonnen niet. We moeten verder gaan met het uitbouwen van een sociale beweging om – zoals Antonio Gramsci zei – culturele hegemonie in de gehele samenleving te verwerven. We moeten eerlijk zijn: wat gebeurde in Groot-Brittannië was mogelijk omdat alle krachten die deel zouden moeten uitmaken van een Europese, verenigde, linkse, noordelijke, groenlinkse groep in het Europees parlement, reeds allemaal verenigd waren binnen Labour.In Portugal werd een gelijkaardig effect bereikt door een coalitie aan te gaan. Het is mogelijk dat dit elders niet zomaar gaat lukken.
 
We hebben veel geleerd, dus kunnen we wel wat algemeen advies geven. Wees radicaal! We moeten een duidelijk, plausibel economisch alternatief voor het neoliberalisme vooropstellen: stop de besparingen, reguleer de arbeidsmarkt en verdedig de belangen van de werkers. Bouw op grote schaal nieuwe huizen voor jonge mensen. Gebruik overheidssteun om te zorgen voor een innovatieve private sector met hoge lonen. Behoud, moderniseer en breid de welvaartsstaat uit.
 
Daarnaast moeten we ook met concrete antwoorden op de uitdagingen van de automatisering en precair werk komen. Het onvoorwaardelijk basisinkomen mag dan moeilijk in te voeren zijn op een grote schaal, we moeten het wel beginnen onderzoeken als een oplossing. Labour heeft zich daartoe overigens verbonden.
 
Een even effectief middel is dat basisgoederen en diensten door de staat worden verstrekt. Goedkoop of zelfs gratis. De sociaal-democratie van de 21ste eeuw kan niet enkel een utopie zijn die gebaseerd is op werken, zoals de sociale fiolosoof André Gorz zei.
 
In een wereld waarin het velen ontbreekt aan macht, vertrouwen en ervaring en men ondervindt wat de atomisering van het maatschappelijk leven betekent, spelen kleinschalige coöpeatieve samenwerkingsprojecten een steeds grotere rol. Zoals het socialisme van Ferdinand Lasalle in Duitsland in de helft van de negentiende eeuw, geven dergelijke projecten aan mensen de mogelijkheid om vandaag zaken te verwezenlijken, die duidelijk maken wat er morgen moet worden gedaan. Daarom heeft Labour er bijvoorbeeld voor gepleit om de coöperatieve sector in omvang te verdubbelen.
 
Om de globalisering te redden, is er minder globalisering nodig. Er moet een einde komen aan de tirannie van de handelsverdragen, die sociale rechtvaardigheid onderdrukt. Omdat het neoliberalisme niet werkt, mag de sociaal-democratie niet aanvaarden dat het Verdrag van Lissabon de definitieve incarnatie van de Europese Unie is.
 
Dat Jeremy Corbyn staatsteun, nationalisaties en het paal en perk stellen aan de uitbuiting van buitenlandse werkkrachten kan naar voor schuiven, dan is dat omdat bij Labour het Verdrag van Lissabon onze geesten nooit volledig heeft vertroebeld . Door niet deel te nemen aan de Euro, wat ook betekende niet deelnemen aan het groei- en stabiliteitspact van de EU, is Groot-Brittannië (natuurlijk omdat het ook een groot land is) altijd in staat geweest om te vertrekken van wat het zelf nodig had en van hoe dat kan worden verwezenlijkt binnen het kader van het Verdrag van Lissabon.
 
Het recente witboek van Jean-Claude Juncker over de toekomst van Europa, geeft de sociaal-democratische partijen de gelegenheid een alternatieve optie naar voor te schuiven: een Europa van sociale rechtvaardigheid, waar lageloongebieden en sociale dumping verboden zijn. Als sommige landen daar niet in willen meestappen, dan kunnen ze nog altijd aan een lager ritme meereizen.
 
Het komt erop aan dat we in onze geesten de knop van het Verdrag van Lissabon uitzetten.
 
Asiel en migratie vormen waarschijnlijk de belangrijkste uitdaging. De uitslag van de Oostenrijkse verkiezingen is het meest recente voorbeeld: mensen in relatief welvarende landen verzetten zich tegen migratie, omdat sommigen natuurlijk gewoon xenofoben en racisten zijn, maar omdat nog veel meer anderen niet inzien dat het delen van schaarse goederen met mensen die plots en van overal toestromen, een kwestie van sociale rechtvaardigheid is.
 
Het antwoord hierop is niet het sluiten van de Europese grenzen. Wat we nodig hebben is toelaten van immigratie naar Europa met de hoogst mogelijke vrijheid van verkeer van personen, op een zodanige schaal dat het aanvaarden van migratie niet verloren behouden blijft. Het antwoord is dus ook om die aanvaarding terug te winnen door migratie onder controle te krijgen, door de binnenlandse arbeidsmarkt actief te reguleren, door het recht op asiel eerlijk toe te kennen en door de minimumlonen en sociale voorzieningen binnen Europa naar boven toe gelijk te schakelen.
 
Maar boven alles moeten we vechten voor een nieuw concept van burgerschap in Europa. In Groot-Brittannië richt de meeste weerstand zich tegen immigratie vanuit Oost-Europa. In de andere landen van de EU27 is er waarschijnlijk vooral weerstand tegen de instroom van niet-europese asielzoekers. Nochtans is het in beide gevallen erg moeilijk om migratie te verdedigen vanuit het burgerschapsconcept dat nu door de EU wordt gebruikt en dat stelt dat jouw Europees burgerschap in de eerste plaats een economisch burgerschap is.
 
Volgens mij leert de Britse ervaring dat de weerstand tot vrij verkeer van werknemers niet in de eerste plaats is ingegeven door het lagelooneffect van de immigratie. De weerstand was het gevolg van de instroom van drie miljoen nieuwe mensen, die het recht kregen om gebruik te maken van de door de belastingbetaler gefinancierde openbare diensten in een periode van bezuinigingen. Dat veel immigranten werken in de gezondheidszorg en andere openbare diensten, was onvoldoende om mensen ervan te overtuigen dat de totale impact van de immigratie een positief effect heeft.
 
Veel mensen stonden instinctief vijandig tegenover de abstracte EU-begrip van burgerschap, waarbinnen het sociaal kapitaal, de tradities en gemeenschappelijke waarden van de oorspronkelijke inwoners niet meetellen en waarbij burgerschap alleen betekent dat je je vrij kan verplaatsen en werken. In laatste instantie, is ons probleem dat we hebben toegelaten dat de constructie van Europa louter gebouwd is op het fundament van een economisch systeem dat niet langer werkt.
 
De politieke economist William Davies schreef dat neoliberalisme de desillusie in de politiek door de economie is. Rechts populisme is dan het weer opwekken van politiek illusie door nationalisme, racisme, nostalgie en misogynie. Radicale sociaal-democratie daarentegen is het herstellen van het geloof in de politiek door sociale rechtvaardigheid en een opvatting over burgerschap, die gebaseerd is op de hele mens: zoön politikon, en niet homo economicus.
 
De oorspronkelijke Engelse tekst vind je onder deze link:
Vertaling Mischa Van herck (met de medewerking van Marc Le Bruyn)

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.