Over het hoofddoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten

David Van Peteghem

De laatste ronde van de coalitiegesprekken tussen NVA & SPA in Antwerpen zal volledig draaien rond mobiliteit en samenleven. In de Gazet van Antwerpen van 12 oktober liet Bart De Wever al optekenen dat hij het hoofddoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten niet wil laten vallen. Waar er bij mobiliteit wellicht nog wel compromissen kunnen afgesloten worden, zal dat niet lukken bij het hoofdoekverbod. Het is te nemen of te laten, en dat botst op tegen de plechtstatige belofte van SPA-Antwerpen voorzitter Tom Meeuws om het hoofdoekenverbod aan de loketten naar de prullenmand te verwijzen. Dat vertelde de Antwerpse SPA-voorzitter tijdens één van de lijsttrekkersdebatten in Antwerpen naar aanleiding van de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen van 14 oktober 2018. Meeuws verkondigde dit zonder enige argumentatie, uit puur electoraal gewin. Het is echter foute boel van de Antwerpse SPA-leiding om het debat over de Islam, diversiteit en integratie te voeren zonder argumenten en louter uit electorale demagogie.

Hoofddoekenverbod of neutrale kledingcode

Als socialisten hoeven we geen koudwatervrees te hebben om op een consistente wijze een stempel te drukken op het door de rechterzijde gekaapte debat over de Islam, diversiteit en integratie. Maar desondanks de inhoudsloze belofte van Meeuws om het hoofddoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten terug te schroeven, kiest Erik De Bruyn – die aan de basis staat van de wederopstanding van SPA-Rood 2.0 – ervoor het debat onder socialisten verder te verzieken met antireligieuze stellingnames.

Het argument tegen het dragen van hoofddoek is ondertussen wel genoegzaam bekend: de vrouwelijke loketbeambten in Antwerpen mogen geen hoofddoek dragen omdat ze zich neutraal dienen op te stellen in hun taak van administratieve dienstverleners. Het hoofddoekenverbod is hierdoor onderdeel geworden van de kledingcode voor de Antwerpse stadbeambten. En om elke verdenking te ontkrachten dat het enkel om het hoofddoekenverbod zou draaien, liet Bart De Wever in februari 2013 weten dat dit evengoed geldt voor wat hij ‘homokledij’ noemde.

De Bruyn beweert in zijn merkwaardige Doorbraak-interview dat er helemaal geen sprake is van een hoofddoekenverbod. Er is volgens hem enkel maar sprake van een neutrale kledingcode. Nochtans draait het steeds wederkerende hoofddoekendebat nu net volledig rond de plaats van de Islam in Europese samenlevingen. Toen Angela Merkel (Duitsland), Nicholas Sarkozy (Frankrijk) en David Cameron (UK) in 2010 en 2011 het multiculturalisme ten grave droegen, doelden ze enkel op de in hun ogen moeizame verstandhouding met de Islam en de moslims. Maar zoals de Duitse socioloog Christian Joppke in zijn boek Is Multiculturalism Dead? erop wijst, viel er helemaal niets voor dood te verklaren. In desbetreffende landen was er helemaal geen wet of enig beleid dat het multiculturalisme reguleerde. Hetzelfde geldt voor België. Wat de Bruyn weigert in te zien, is dat de rechterzijde de ideologische coördinaten uittekent over hoe we ons dienen te verhouden tot de plaats van de Islam in Europese samenlevingen.

Het is de rechterzijde die al jarenlang iedereen ervan poogt te overtuigen dat er een onderscheid dient gemaakt te worden tussen de Islam en moslims. Niet de moslims zijn een probleem, maar wel de dreiging die uitgaat van de Islam. Hiermee pogen ze hun kritiek op de Islam te verkopen als een gelegitimeerde religiekritiek die helemaal niets te maken heeft met racisme.

Het geslaagde integratieverhaal

De sterk gepolitiseerde obsessie van rechts met de Islam kent tegenwoordig geen grenzen meer. Hoe meer erover wordt geschreven, hoe minder ervan wordt begrepen. In feite is dit een tragisch gegeven omdat we toch moeten durven herkennen dat de integratie van moslims in België een geslaagd verhaal is. Niemand minder dan Theo Francken voert dat zelfs aan in zijn boek Continent zonder Grens en toch duikt de dreiging van een mosliminvasie in elk hoofdstuk van zijn boek weer op. Het Vlaams-nationalisme van de NVA heeft iets grillig en voedt zich voortdurend met het vijandsbeeld rond de Islam. Het is een foute evolutie als het ook die kant dreigt op te gaan met de toekomst van socialisme in Vlaanderen. De Bruyn schurkt met zijn in wezen juiste visie over het belang van een links seculier socialisme heel dicht aan bij rechterzijde. Hij schijnt zich zelfs niet meer te realiseren dat Doorbraak ondertussen ook een forum is geworden voor de racistische visie van talrijke extreemrechtse opiniemakers.

Als het anders kan, zoals de verkiezingsslogan van de SPA tijdens de afgelopen verkiezingen luidde, dan hebben we ook nood aan een ander perspectief op het debat over de Islam, diversiteit en integratie. De tijd is meer dan rijp voor het perspectief dat de aandacht vestigt op de talrijke positieve aspecten van de integratie van moslims in België, en dus ook in Antwerpen. Moslims maken ondertussen al vier generaties lang op volwaardige wijze deel uit van onze samenleving.

Er zijn talrijke alledaagse voorbeelden op te sommen van deze geslaagde integratie in Antwerpen. Denk maar aan de interculturele relaties, de vriendschappen en de collegialiteit op de werkvloer of wat te denken van de merkwaardige sociaal-culturele kruisbestuivingen zoals moslima’s die met hun kinderen en onder politiebegeleiding in de Antwerpse tentoonstellingswijk al enkele jaren een kleine optocht organiseren tijdens Halloween. Denk aan de moslimkinderen die in een supermarkt aanschuiven om op de schoot van Sinterklaas te zitten, of moslims die tijdens de kerstperiode de kerstmarkten afschuimen en zelfs een kerstboom in huis halen. We verliezen zelfs uit het oog dat de kinderen van moslimgezinnen op school de Vlaamse en Nederlandse jeugdliteratuur lezen of meer dan vertrouwd zijn met allerhande typisch westerse films en Vlaamse tv.-series. Misschien gaat het slechts om enkele details, maar ze geven wel voldoende armslag om het anders te leren bekijken.

Het meest tragische is zelfs dat we helemaal geen oog hebben voor het seculariseringsproces dat volop aan de gang is binnen de Islam.    

Het gegeven dat we blind blijven voor al deze sociologische processen – die je overigens ideologisch gezien noch beleidsmatig kan aansturen of bevorderen – heeft alles te maken met de gordiaanse knoop in het Islamdebat. Het Islamdebat wordt volledig bepaald door een essentialistische visie op de Islam. In dat opzicht verschillen de aanhangers van zo’n essentialistische visie op de Islam niet echt van de wahabitische/salafistische predikers die inderdaad de ambitie koesteren om van de Islam een totale godsdienst te maken.

We moeten durven vooropstellen dat de integratie van moslims in België geslaagd is. En daar kan meteen aan toegevoegd worden dat we hiermee geenszins de realiteit van religieus extremisme onder de mat moeten schuiven.

Het komt er enkel op aan in te zien dat het rechtse kamp van de islamofobie en de religieuze extremisten langs moslimzijde communicerende vaten zijn. Beide kampen dragen een verpletterende verantwoordelijkheid in de complete verzieking van het Europese debat rond de Islam, integratie en diversiteit.

Geen water bij onze rode wijn

Laten we het dus over een andere boeg gooien en ervoor zorgen dat het debat niet meer wordt bepaald door deze intolerante spreekbuizen langs beide kanten. In tegenstelling tot het antireligieuze standpunt van De Bruyn hoeven wij als socialisten helemaal geen water bij onze rode wijn te doen. Het linkse seculiere socialisme waar De Bruyn het over heeft, is veeleer gebaat bij een duidelijke, consistente en constructieve stellingname in de debatten over de islam, diversiteit en integratie. Het kan dan ook niet voldoende benadrukt worden dat we in deze kwesties geenszins onze seculiere principes overboord dienen te gooien.

De hierboven kort aangestipte voorbeelden van sociaal-culturele kruisbestuivingen zijn een lakmoesproef dat een essentialistische visie op de Islam onhoudbaar is. De voorbeelden zijn eveneens het beste bewijs dat de wahabitische/salafistische ambitie om van de Islam een totale godsdienst te maken in de praktijk weinig slaagkansen heeft.

Het is een gevaarlijke fictie te geloven dat de levens van moslims volledig draaien rond de theologische overtuigingen die eigen zijn aan de islamitische godsdienst. In zijn lezenswaardig boekje De Islam begrijpen: Of beter gezegd, waarom we er niets van begrijpen voert de in Caïro wonende Franse katholieke historicus en theoloog Adrien Candiard terecht aan dat de theologische overtuigingen slechts een onderdeel zijn van iemand die als moslim(a) door het leven gaat. Theologische overtuigingen (of zelfs atheïstische overtuigingen) die mensen erop kunnen nahouden, vormen slechts een klein onderdeel van een ontelbaar aantal andere factoren die hun levens bepalen. Dit is eigenlijk een zelfevident antropologisch gegeven. Net daarom zijn we in het Islamdebat meer gebaat met een dosis gezonde dosis mensenkennis. Het is vanuit deze sociaal-culturele antropologische optiek dat we de hete angel uit het hoofdoekenverbod aan de Antwerpse stadsloketten kunnen halen.

De dienstverlening zelf dient neutraal te zijn

De Bruyns stellingname in deze kwestie rond het hoofddoekenverbod aan de stadsloketten luidt als het volgt: “we willen duidelijk maken dat openbare dienstverlening niet bepaald wordt door geloofsovertuiging. Die boodschap mogen we niet verzwakken, maar mag zelfs herbevestigd worden.”

In zijn visie lijkt een neutrale kledingcode enkel maar gegarandeerd te zijn doordat de dienstverlening niet bepaald mag worden door een geloofsovertuiging. Maar wat heeft de geloofsovertuiging van stadsbeambten nu eigenlijk te maken met hun kledingkeuzes?

De hoofddoek is natuurlijke wel een uiting van vestimentaire geloofsovertuiging. Toch begeeft De Bruyn zich met dergelijke visie die eenzijdig is meteen op glad ijs omdat ze steunt op zijn (onuitgesproken) essentialistische visie op de betekenis van een hoofddoek. Hij gaat er automatisch van uit dat het wel een typische vrouwelijke uiting moet zijn van islamitische geloofsovertuiging.

Maar zoals de Amerikaanse socioloog Rogers Brubaker aantoont, moeten we toch even gas terug nemen: alleen al de sociale categorie ‘moslim’ is verworden tot een gecontesteerde categorie van sociale, politieke en religieuze praktijk. Eenvoudiger gesteld: wie bepaalt wat ‘moslim(a)-zijn’ betekent en hoe kunnen we met grote zekerheid zeggen dat het dragen van een hoofddoek enkel maar een teken is van geloofsovertuiging? De hete angel is hier dat van buitenaf wordt bepaald wat het betekent om moslima te zijn. De Bruyn bezondigt zich hiermee een rechts standpunt te verdedigen: hij dreigt hiermee vrouwelijke stadsbeambten op te sluiten zijn eigen gefabriceerde en bovenal gepolitiseerde visie op de Islam.

De visie dat loketbeambten zich tijdens hun diensturen aan de Antwerpse stadsloketten neutraal dienen op te stellen is eigenlijk zelfevident.

Loketbeambten dienen te functioneren op basis van hun taakomschrijving. Het zijn administratieve dienstverleners en het valt moeilijk in te zien welke rol hun religieuze dan wel politieke overtuigingen of seksuele geaardheid daarin kunnen spelen. Het spreekt immers voor zich dat de persoonlijke overtuigingen en/of seksuele geaardheid van de loketbeambten geen enkele rol kunnen of mogen spelen in de administratieve dienstverlening. Dit is volkomen absurd. Maar dat geldt evengoed voor de kledingcode. Voor zover de hoofddoek zeker een uiting kan zijn van een beleefde vorm van religiositeit mag het inderdaad geen impact hebben op de administratieve dienstverlening. Nochtans mogen we niet vergeten dat de dienstverlening zelf neutraal dient te zijn. De rest zit in het oog van de toeschouwer, van Bart de Wever of Erik de Bruyn die enkel maar spoken zien.

Het is ronduit onzinnig te geloven dat er met bepaalde vestimentaire kledingkeuzes dreigende signalen worden uitgezonden naar de Antwerpse burger. Het is daarom ook van belang dat Tom Meeuws en zijn onderhandelingsteam tijdens de laatste onderhandelingen voet bij stuk houden. Het hoofddoekenverbod dat aan de stadsloketten geldt, dient afgeschaft te worden – en niet omdat we voorrang moeten verlenen aan bepaalde religieuze privileges, maar wel omdat we het domein van de godsdienstvrijheid dienen te beschermen, dat is immers een universeel mensenrecht en dat ook werd opgenomen in het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.

Wat wel dient benadrukt te worden op het vlak van de kledingcode is dat loketbeambten zich fatsoenlijk dienen te kleden en er verzorgd voorkomen, dat ze hun taakomschrijving op kwaliteitsvolle wijze dienen uit te voeren en dat administratieve dienstverlening neutraal dient zijn. Natuurlijk kan men dan nog tegenwerpen – zoals De Bruyn helaas doet – dat de hoofddoek slechts een triviaal gegeven is in vergelijking met de andere lopende beleidskwesties in Antwerpen. Maar niets is minder waar: het debat rond diversiteit is van minstens even groot belang omdat we naar de toekomst toe nu eenmaal meer rekening zullen moeten houden met de onomkeerbare, sterk gediversifieerde Antwerpse bevolkingssamenstelling.

Leren van de geschiedenis

Ter afsluiting: we moeten eindelijk maar eens de simpele waarheid onder ogen komen dat met het verzet tegen de Islam en moslims een gevaarlijke spelletje wordt gespeeld. Hoe harder men zich ertegen verzet, hoe beter het kan uitdraaien voor de islamitische predikers die de moslims in België pogen te gijzelen in hun enggeestige visie van totale religiositeit. De geschiedenis leert ons op dat vlak hoe de overwinning dan binnen handbereik ligt van religieuze extremisten zoals bijvoorbeeld gebeurde in Afghanistan of Iran.

Wat het historische bewustzijn van socialisten betreft, dienen we beter een voorbeeld te nemen aan de Duitse sociaaldemocraten die aan de vooravond van de opmars van Hitler en het naziregime zich positioneerden als de meest consistente opponenten van het antisemitisme. Het is deze consistente positionering die socialisten ook dienen in te nemen in het hedendaagse islamdebat en in verzet tegen de door rechterzijde georkestreerde islamofobie. In feite hoeven we zelfs niet op zoek te gaan naar een voorbeeld in de geschiedenis van het socialisme. Als de momentum-beweging van Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk ons voorbeeld is om het socialisme terug op de kaart te zetten, dan verliest De Bruyn en SPA-rood 2.0 moedwillig uit het oog dat Corbyn zich helemaal niet verliest in enggeestige, antireligieuze visies in het debat over diversiteit in het Verenigd Koninkrijk.

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.