Rechts is dood. Links is de toekomst – Antwoord aan Joël De Ceulaer (3-slot)

We besluiten ons antwoord  op het essay van Joël De Ceulaer “Links is dood”  met de stelling dat de strijd tussen links en rechts niet over identiteit gaat, maar over emancipatie van de mens. Terwijl rechts zich op een armzalig conservatief discours baseert, leeft binnen links de diversiteit en het debat. We ronden af met een beschouwing over radicale democratie en de armoede van het twitterdebat.

 

5. Het gaat niet om identiteit maar om emancipatie

“Links en rechts zijn verouderde categorieën. Het gaat al lang niet meer om een strijd tussen links en rechts, want links is soms rechts en rechts is soms links.” Wie dat zegt is meestal rechts.

Dat de rechterzijde op zoek gaat naar ideologische peetvaders om zijn conservatieve discours enige diepgang te geven, schept klaarheid in het rechtse wereldbeeld. Conservatieven komen dan uit bij een historische figuur als Edmund Burke en hedendaagse acolieten als Theodore Dalrymple. Voor wie die te moeilijk zijn, worden er af en toe hypes gecreëerd, zoals die rond Jordan Peterson. Die laatste is exemplarisch voor het huidige discours van rechts: als er verschillen in behandeling of status van mannen en vrouwen, of van armen en rijken zijn, dan ligt dat niet aan structurele onderdrukking maar aan andere, deels psychologische factoren. Met andere woorden, iemand die arm is, is daar zelf voor verantwoordelijk. Of als vrouwen niet gelijk behandeld worden, dan ligt dat aan de vrouwen die daar door hun gender voor voorbestemd zijn.

We horen van dat discours rechtstreekse en letterlijke echo’s in het beleid en de ideologie van rechts-conservatieve partijen. Omdat het ieders eigen verantwoordelijkheid is, is het niet nodig om iets te doen aan maatschappelijke ongelijkheid. Integendeel, het is gevaarlijk, omdat het de organisch gegroeide orde kapotmaakt. Maatschappelijke verandering eindigt op chaos. Die stelling ligt in rechte lijn van anti-verlichtingsdenkers als Burke naar hedendaagse conservatieven.

De rechterzijde haalt dus haar mosterd bij een denkrichting die de toets van de geschiedenis niet heeft doorstaan. Een blik op die geschiedenis leert ons dat wereldwijd sinds de 18e eeuw de ene revolutie op de andere volgde. Hoe hard antirevolutionairen ook mochten roepen, de maatschappelijke ontwikkeling hier en elders in de wereld is steeds met revolutionaire schokken verder gegaan. De geschiedenis toont ook aan dat een revolutie geen aangename periode is in de geschiedenis van een land of continent. Bijna elke revolutie eet haar eigen kinderen op, voordat er stabiliteit in een nieuwe maatschappelijke orde is bereikt. Maar telkens betekende die nieuwe stabiliteit geen terugkeer naar de prerevolutionaire toestand, maar naar een nieuwe fase, die zowat overal eenzelfde kenmerk heeft: een stap verder in de emancipatie van de mens.

Ook al leidde de Franse revolutie van 1789 tot veel bloedvergieten, toch mislukte de restauratie die na de val van Napoleon de prerevolutionaire samenleving wilde herstellen. Na de val van het bureaucratisch communisme, werden in Rusland het tsarisme en de lijfeigenschap van voor de revolutie niet opnieuw ingevoerd, maar kwam er een soort van democratisch regime, inclusief algemene verkiezingen. Het einde van de Iraanse revolutie, is nog niet in zicht, maar het is weinig waarschijnlijk dat ooit het autoritaire regime van de Sjah zal hersteld worden.

Wil dat zeggen dat in die nieuwe stabiliteit na een revolutie een ideale staatsvorm is ontstaan? Absoluut niet. Zie maar naar de plutocratie die nu in Rusland aan de macht is. Maar er zijn wel stappen gezet naar een maatschappij die qua emancipatie van het volk een stap verder heeft gezet. Dat is onder andere de conclusie die wereldsysteemonderzoekers zoals Immanuel Wallerstein trekken als men de geschiedenis niet over een periode van vijftig jaar maar vanaf het ontstaan van het kapitalisme in de vijftiende eeuw bekijkt.

Het antirevolutionaire conservatieve denken van de rechterzijde berust dus op een illusie, die onmogelijk houdbaar is in het licht van de historische ontwikkelingen van de laatste 250 jaar.

Wallerstein kijkt met deze geschiedenis als leidraad ook naar de nabije toekomst. Hij stelt dat het kapitalisme als historisch wereldsysteem hoe dan ook binnen afzienbare tijd zal bezwijken onder zijn interne tegenstellingen en zal vervangen worden door een andere wereldorde, waarvan hij hoopt dat die meer egalitair en duurzamer voor de aarde zal zijn dan het kapitalistische wereldsysteem. Wallerstein is geen optimistich utopist die gelooft in het gloren van een communistische samenleving waarin iedereen gelijk is en bevrijd van gedwongen arbeid en armoede. De postkapitalistische maatschappij zal er komen na een chaotische en voor de hele wereldbevolking heel moeilijke overgangsperiode. In de zekerheid dat aan het kapitalisme zoals we het nu kennen, een einde komt, kunnen we maar beter voorbereid zijn op de uitdagingen die die overgangsmaatschappij aan de mensheid stelt. [1]

De strijd tussen links en rechts er een van degenen die willen proberen een ineenstortend systeem in stand te houden, wat met steeds meer geweld zal gepaard gaan en zij die ervoor willen zorgen dat de postkapitalistische maatschappij voor meer rechtvaardigheid of meer gelijkheid zorgt en tegelijk zorg draagt voor de aarde, die onder een kapitalisme in crisis op een ecologische ramp afstevent.

In dat licht is links de beweging die gestalte geeft aan het streven naar emancipatie van de mens. Rechts daarentegen, dat door zijn conservatieve wereldvisie alles bij het oude wil laten in de illusoire veronderstelling dat elke evolutie een te mijden evolutie ten kwade is,  zal uiteindelijk de kant van de onderdrukking van het emancipatiestreven kiezen. De keuze tussen links en rechts is dus een keuze tussen emancipatie of onderdrukking.  Wat tijdens de tweede wereldoorlog met het Vlaams-nationalisme is gebeurd, is daarvan een illustratie. Door te kiezen voor conservatisme, leidde het tot collaboratie met een moorddadig onderdrukkend bezettingsregime.

  1. De finale vraag: is links dood?

Als emancipatiebeweging is links niet dood, want het sluit aan bij het diepste verlangen van ieder mens: een gelukkig leven leiden, in vrijheid en autonomie, zonder bezorgd te hoeven zijn niet in zijn basisbehoeften te kunnen voorzien.

Emancipatie heeft verschillende facetten. In de eerste plaats is er geen vrijheid als men honger heeft, geen dak boven zijn hoofd en geen inkomen. De strijd tegen armoede is een eerste gegeven. Ook in het zogenaamd welvarende Vlaanderen. Niet alleen bewijzen cijfers dat ook hier structurele armoede toeneemt, maar tegelijkertijd kan een volgende economische crisis, die zelfs door hardcore neoliberale economisten voor mogelijk wordt gehouden, ervoor zorgen dat grote delen van wat nu middenklasse is in armoede worden gestort.

Emancipatie is ook een kwestie van integratie van nieuwkomers in een samenleving. Integratie betekent niet assimilatie maar het verwerven van een plaats in de nieuwe gemeenschap waarin men terecht is gekomen. Emancipatie van nieuwkomers betekent recht op onderwijs, werk, huisvesting en sociale bescherming.

Het neoliberalisme in crisis maakt van de overheid een ‘neoliberale strafstaat’. Terwijl grote fraudeurs en belastingontduikers met rust worden gelaten, worden werkenden en werklozen, zieken en gehandicapten aan steeds meer regels en controle onderworpen. Overtreden van regels, wordt gesanctioneerd met het afnemen van uitkeringen en andere bestaansmiddelen. Het hysterische veiligheidsdiscours van rechts zorgt voor gewapend bestuur met militairen in de straten en camera’s in de publieke ruimte die de burger nauwlettend in de gaten houdt. Ieders privacy ligt door het misbruik van sociale media te grabbel van commercie én overheid. Ooit zal zich dat tegen de gehele bevolking keren. Zoals de Stasi in Oost-Duitsland iedereen probeerde te controleren ter bestendiging van de heerschappij van een bureaucratische dictatuur. Ook van die strafstaat en bewakingsdictatuur zullen we ons moeten bevrijden.

En we zullen ons ten slotte moeten emanciperen van het consumentisme dat ons wordt opgelegd door een ideologie die drijft op vercommercialiseerde cultuur. Niet alleen maakt dat consumentisme ongelukkig, omdat het steeds nieuwe behoeften creëert die niet essentieel zijn voor een goed leven, maar ook omdat het de mens vervreemdt van zijn mens zijn. De mens is niet wat hij eet of consumeert maar hoe hij met andere mensen een gemeenschap vormt. De mens emanciperen van het consumentisme is vooral een kwestie van een andere economie die niet gericht is op de winst van enkelen maar op een beter leven voor iedereen. Emancipatie van het consumentisme is de mens bevrijden van het neoliberale kapitalisme.

De strijd om emancipatie is dus erg omvattend en speelt zich op alle terreinen van het maatschappelijke leven en overal ter wereld af. Dat betekent dat zeer veel mensen actief bij dat emancipatiestreven betrokken zijn en dat die in zeer diverse bewegingen georganiseerd zijn.

Die diversiteit geeft ogenschijnlijk een beeld van verdeeldheid. Maar meer dan verdeeldheid, geeft de diversiteit binnen de emancipatiebewegingen aanleiding tot debat, discussie en tegenspraak. De weg naar emancipatie is immers lang, er moet op veel terreinen tegelijk gestreden worden en het gaat tenslotte om mensen met hun eigenheid, achtergronden en bekommernissen.

Het is logisch dat rechts daartegenover de indruk geeft één hecht blok te vormen. Ze hebben het gemakkelijker: alles bij het oude laten is éénduidig. Hun ideologie, gebaseerd op enkele gedateerde denkers die de geschiedenis gemist hebben, is armzalig en meer geloof dan wetenschap. En het laat zich in een eenvoudige catechismus samenvatten. Daarom ook dat ze zo hard kunnen schreeuwen op een forum als Twitter. Het volstaat voor hen de clichés uit de rechtse catechismus te citeren. Dat past precies binnen dat format. Dat ook intelligente mensen als Geert Noels of Jan Denys, die wel degelijk de disfuncties van het systeem zien, niet verder geraken dan die clichés, bevestigt dat ideologische verstarring niet naar goede probleemoplossende inzichten leidt.

Doordat links zich heeft moeten heruitvinden, heeft het wel alle troeven in handen om ideologische blindheid te overstijgen. De linkerzijde is een levend laboratorium van ideeën en visies die voortdurend met elkaar in discussie treden. Een debat dat ter rechterzijde quasi volledig afwezig is. Uiteindelijk is dat de grote sterkte van links en bewijst het daardoor levenskrachtig te zijn. De diversiteit, weerspiegeld in diverse politieke stromingen, is niet noodzakelijk een zwakte, zolang die stromingen een gezamenlijke bedding vinden in een gezamenlijke emancipatorische strijd. Historische voorbeelden tonen aan dat, wanneer ze hun pijlen op elkaar beginnen te richten, de rechterzijde een vrije baan voor een machtsgreep krijgt. Denken we maar aan de verdeeldheid tussen sociaaldemocraten en communisten aan het einde van de Weimarrepubliek, die de machtsgreep van Hitler mogelijk maakte.

Binnen de diversiteit van links is men zich doorgaans bewust van dit probleem.  Het komt erop aan de voorwaarden te creëren die samenwerking mogelijk maken. Een diverse linkerzijde, die een gemeenschappelijk platform vindt, heeft de potentie om met zijn emancipatorische boodschap een politieke meerderheid te veroveren.

Zonder de waarde van andere linkse politieke bewegingen in vraag te stellen is een netwerk als ‘Wij zijn Socialisten’ en velen met ons van oordeel dat de sociaaldemocratie op dit ogenblik een historische rol te spelen heeft in het geven van een politieke uitdrukking aan de diversiteit van links. Meer en meer sociaaldemocratische partijen, waaronder de sp.a, maken van interne diversiteit en debat een speerpunt van hun verdere organisatorische ontwikkeling. De sociaaldemocratie evolueert op die manier naar een ‘catch-all’ beweging, die de politieke emanatie wil zijn van een breed scala van emancipatorische bewegingen, gaande van de vakbeweging, over basisbewegingen tot culturele activisten.

  1. Twitter en democratie

Het polemische stuk van Joël De Ceulaer is voor een groot deel gebaseerd op wat er op het sociaal medium Twitter gebeurt. Ik heb hierboven al gezegd dat dit medium bij uitstek geschikt is voor het verspreiden van clichés met een eenvoudige interne logica, die geen tegenspraak dulden. Dat kan het verkeerde beeld geven dat rechts dominant is in het debat. Bovendien spelen bij Twitter ook trucage en valsspelen een rol, door het inzetten van georganiseerde trollenlegers, het kopen van volgers en het gebruik van fake accounts.

De rechtstreekse communicatie van vooral rechtse politici via tweets is bovendien een verontrustende evolutie voor de democratie. Terwijl het politieke debat nog bezig is, wil men de publieke opinie manipuleren, om zijn gelijk te halen. Zoals Trump nog tijdens de NAVO-top twittert dat hij niet akkoord gaat met de slotverklaring of als regeringsleden hun werkelijke beleid verbloemen, door dingen aan te kondigen die achteraf niet blijken waargemaakt. Net zoals het verontrustend is dat de reguliere media steeds meer Twitter als bron gebruiken en afstappen van het principe van de dubbelcheck.

Maar Twitter is slechts een beperkt deel van de publieke ruimte, waaraan al bij al slechts een klein deel van de bevolking participeert. De dominantie van rechts in het twitteruniversum is dus maar schijn.

De sociale media hielden de belofte in dat ze de democratie door veel meer interactie zouden heruitvinden. Dat het per slot van rekening om commerciële vehikels gaat, maakt die claim al minder geloofwaardig. Dat ze bovendien gemakkelijk te manipuleren zijn voor het verspreiden van fake news, toont eerder aan dat ze de democratie meer bedreigen dan bevorderen.

De democratie moet zich wel vernieuwen en heruitvinden.  Dat is bij uitstek een emanciperende kwestie en dus een opdracht voor links.

Directe democratie en burgerparticipatie zijn hoopgevende evoluties. Maar burgers rechtstreeks betrekken bij een beleid dat verder moet kijken dan de eigen achtertuin en dat dus rekening houdt met het algemene belang, is niet vanzelfsprekend. Basisdemocratie en burgerparticipatie maken het wel mogelijk dat de afstand tussen burger en beleid korter wordt. Daarom zijn ze meer een meer een noodzakelijke aanvulling van de vertegenwoordigende democratie.

Ook op het vlak van basisdemocratie waren socialisten soms voorlopers. Bob Cools erkende in de jaren zeventig als Antwerps schepen van ruimtelijke ordening en stedenbouw (de eerste schepen met dat bevoegdheidspakket in België) het belang om ingrijpende plannen eerst af te toetsen met de bevolking tijdens informatievergaderingen. Dat was toentertijd een innovatie in het bestuur. Cools heeft die aanpak blijven volhouden toen hij de eerste burgemeester van de fusiestad Antwerpen werd. Tot op het moment dat die informatievergaderingen alleen nog maar gingen over de instroom van migranten in de stad en elk serieus gesprek over een ander onderwerp met de aanwezigen onmogelijk werd gemaakt. Dat maakte duidelijk waar de grenzen lagen van deze eerste vormen van inspraak.

Ondertussen is er veel gebeurd en burgerbewegingen worden volwassen partners in de politieke besluitvorming.  Maar de instrumenten van de representatieve democratie blijven enigszins achter. Parlementen, waarvan we er in dit landje zes hebben, zijn veel minder dan vroeger volksvertegenwoordigingen. Dat ligt onder andere aan de evolutie van de politieke partijen van ledenorganisaties naar gesubsidieerde kiesverenigingen. Zeker in de sociaaldemocratie moesten volksvertegenwoordigers destijds tijdens hun mandaat rekenschap afleggen aan de leden van hun partij-afdeling. Die democratische partijfunctie is verloren gegaan en vervangen door een allesbehalve democratisch functionerende particratie.

Een echte volksvertegenwoordiging is de democratische intermediair tussen de kiezer en het beleid. Die rol spelen de verkozenen des volks nog nauwelijks. Het parlement staat zeer ver van zijn burgers. Het rechtstreeks uitzenden van parlementaire debatten verhelpt daar niets aan. Er is trouwens geen kat die ernaar kijkt.

Het verschuiven van bevoegdheden naar een lager niveau dichter bij de burger, de zogenaamde subsidiariteit, werd verkocht als een evolutie in de richting naar meer democratie. De realiteit is anders. De federalisering heeft niet voor meer democratie gezorgd maar voor meer particratie, waar de uitvoerende macht primeert boven de volksvertegenwoordiging.

De socialistische beweging is historisch de beweging voor radicale democratie. Radicale democratie gaat niet alleen over het verzekeren van de politieke macht van de grote meerderheid van het volk , maar ook over herverdeling van de rijkdom en dus economische democratie. In die zin is radicale democratie een onderdeel van de antikapitalistische strijd. Die radicale visie op hoe democratie moet werken, moet door de socialisten opnieuw worden opgenomen. Mondigheid en organisatie van de burger zijn daarbij noodzakelijke voorwaarden. ‘Geef de politiek terug aan het volk’ is het ordewoord.

De socialistische partij moet daarvan zelf een belichaming zijn door een levendige democratische organisatie te worden, waarbinnen het debat van de linkse verscheidenheid centraal staat. De resultaten van dat debat zijn het eten en drinken voor de socialistische volksvertegenwoordigers en hun politieke actie.

Door de harde kern van een radicale en levendige democratie te worden, zal links bewijzen dat het niet dood is, hoe hard de rechtse trollen op Twitter ook mogen roepen.

Nee links is niet dood, het vindt zich als emancipatorische beweging steeds opnieuw uit.

 

[1]  I. Wallerstein, Globalization or the Age of Transition? A Long-Term View of the Trajectory of the World System, in International Sociology, juni 2000, vol. 15 (2), p. 251=267

 

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.