Socialisten aan het roer in Antwerpen (deel 2)

In deel 2 van onze geschiedenis van de socialisten in het Antwerps stadsbestuur hebben we het over Camille Huysmans, burgemeester van 1933 tot 1946. Een burgemeesterschap dat werd gekenmerkt door de waarden van humanisme en verdraagzaamheid.

Deel 2. Camille Huysmans, de mythische burgemeester

Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1932 behielden de beide partijen van de coalitie hun posities. De logica zou dan ook geweest zijn dat de coalitie werd voortgezet. Ware het niet dat de levensbeschouwelijke kwestie, onder impuls van de liberalen opnieuw de kop opstak. De socialistische sterkhouders Huysmans en Eekelers wilden doorgaan met de christen-democraten, maar ze werden teruggefloten door de eigen partij. Onderhuidse spanningen tussen de socialistische en katholieke achterban waren altijd wel aanwezig geweest en die kwamen bij de coalitievorming in 1932 weer aan de oppervlakte.

Zo werd er een nieuwe coalitie gesmeed van socialisten en liberalen, waarbij de BWP als sterkste fractie het burgemeesterschap kreeg toegewezen. Camille Huysmans werd in 1933 dan ook de eerste socialistische burgemeester van Antwerpen. Tot 2012 zou Antwerpen onafgebroken door een socialist worden bestuurd (de oorlogsjaren niet meegerekend).

Dankzij de figuur van Huysmans werd dit geen rabiaat antiklerikaal bestuur, alhoewel het Antwerpse schoolpact van 1921 werd afgevoerd. Huysmans bleef een verbindende burgemeester. Het mag gezegd worden dat Van Cauwelaert op de achtergrond terecht kwam en dat de Katholieke partij, die zeer boos waren voor de ommezwaai, samen met het VNV een vijandige deputatie vormden op het niveau van de provincie, om zo het stadsbestuur beter te kunnen dwarsbomen.

De sociale politiek van de vorige periode, met de socialisten nu volledig aan het commando, werd voortgezet, al sloeg ook in Antwerpen de economische crisis toe. De bouw van sociale woningen werd in hoog tempo opgevoerd. In de haven ging de verdere ontwikkeling gepaard met een aanmerkelijke verbetering van de werkomstandigheden van de havenarbeiders. Opmerkelijk waren ook de culturele realisaties die onder Huysmans werden verwezenlijkt. De beslissing tot oprichting van het Rubenshuis stamt uit deze periode, al werd het pas in 1945 gerealiseerd.

Heel opmerkelijk is de rol die Huysmans als burgemeester in deze periode heeft gespeeld in het opvangen van Joodse vluchtelingen uit Nazi-Duitsland. Terwijl het stadsbestuur na 2012 is beginnen meehuilen met de wolven in het bos, als het over de instroom van asielzoekers en andere migranten in de stad gaat, liet Huysmans in de jaren ’30 een heel ander geluid horen. De hetze die gevoerd werd tegen de grote toestroom van Joodse vluchtelingen in Antwerpen, is vergelijkbaar met het rechtse discours, dat nu wordt gebruikt. “De stad is vol”, “dit is een bedreiging van onze welvaart” waren kreten die ook toen werden gehoord.

Door de bloei van de diamantnijverheid, één van de pijlers van de Antwerpse economische ontwikkeling, was er in Antwerpen reeds voor de Eerste Wereldoorlog een aanzienlijke Joodse aanwezigheid. In de jaren dertig, groeide die tot ongeveer 50.000 inwoners. Waarschijnlijk lag dat getal nog hoger, omdat er bij de bevolkingsdienst geen melding van godsdienst moest worden gemaakt. Daarbij moeten op het einde van de jaren dertig nog minstens 10.000 (mogelijk tegen de 20.000) vluchtelingen worden gevoegd, die Duitsland hals over kop hadden moeten verlaten. Het gaat dus om een aanzienlijke toestroom van immigranten. ¹

Vanaf de machtsovername van Hitler in januari 1933 voerde Huysmans een moedige en onverzettelijke strijd tegen het steeds verder om zich heen grijpende antisemitisme en voor de opvang van vluchtelingen. Er werden door het stadsbestuur harde maatregelen tegen uitingen van antisemitisme getroffen. Daarvoor werd Huysmans niet alleen door extreem-rechts, maar ook door de conservatieve katholieken aangevallen. Het pleit voor de katholieke oppositieleider Van Cauwelaert, dat hij Huysmans in zijn strijd tegen de Jodenhaat, ook tegen zijn eigen partijgenoten in, onverminderd ondersteunde.

Antwerpen was als havenstad natuurlijk een belangrijke tussenstop voor deze vluchtelingen, op zoek naar een veilig onderkomen. Vandaar dat het zo belangrijk was dat ze in de stad goed werden opgevangen. Dankzij burgemeester Huysmans, konden op die manier duizenden mensen worden gered. Het is belangrijk deze episode in de geschiedenis van Antwerpen te blijven herinneren, wanneer we naar de huidige migratiecrisis kijken.²

Huysmans bleef ook na de verkiezingen van 1938 burgemeester in een driepartijencoalitie, waarin de christendemocraten opnieuw vertegenwoordigd waren. Het Antwerpse schoolpact werd hersteld en hij kon zijn stempel blijven drukken op het bestuur van de stad.

Lode Hancké noemt Huysmans een ‘normatief’ burgemeester, die zijn beleid stoelde op humanistische waarden. Hij ontwikkelde een bestuursstijl, die ook nog bij zijn opvolgers na de oorlog zou blijven doorklinken. Hij omschrijft het als volgt:

“(…) Van Cauwelaert en nog meer Huysmans gaven Antwerpen een imago van pioniersstad, een stad die vooropliep in de verdraagzaamheid en in de schoolvrede, die de richting wees van de vervlaamsing, van de invulling van de sociale en Vlaamse volksrechten. Ze gaven bovendien een internationale uitstraling aan de stad waar geleerden, schrijvers en kunstenaars ontvangen en geëerd werden, een stad die aantoonde dat de beklemtoning van haar Vlaams karakter samen kon gaan met openheid op de wereld. En ook dat in deze stad (…) elke bewoner, en ook elke vluchteling behandeld werd als een ‘poorter’, een burger aan wie gelijke behandeling werd gegeven, waarvan geloof en gebruiken werden gerespecteerd en die tegen alle krachten van brutaliteit en barbarij in bescherming werd genomen.” ³

In een bijzonder moeilijk tijdsgewricht, dat de zwartste uren uit onze moderne geschiedenis aankondigde, was Camille Huysmans een modelburgemeester, die zijn stad tegen de stroom in verder ontwikkelde op sociaal en cultureel vlak. Een burgemeester die de hand hield aan de morele normen en waarden van respect voor democratie en voor de diversiteit van opinies en geloofsovertuigingen. Hij was een socialistische pedagoog van de verdraagzaamheid, die daarin door vele Antwerpenaren, ook als ze van een andere politieke overtuiging waren, werd gevolgd.

Tijdens de oorlog was de katholiek Leo Delwaide officieel waarnemend burgemeester; later ging hij die rol vervullen in opdracht van de Duitse bezetter. . We weten inmiddels dat dit collaboratiebestuur mede de hand had in de jodenvervolging in Antwerpen. Jeroen Olyslaegers heeft in zijn roman Wil recent nog de vinger gelegd op de zere plek van de ondersteuning die de Antwerpse politie heeft verleend bij de jacht op joden in de stad. Op 12 september 1944 keerde Huysmans terug naar Antwerpen en kon de wederopbouw van de door de V-bommen geteisterde stad beginnen.

 

[1] Zie ook Ephraïm Schmidt, Geschiedenis van de Joden in Antwerpen, Antwerpen, 1963.

[2] Het laatste schip met Joodse vluchtelingen uit Duitsland, de Saint-Louis, zwalpte tussen 13 mei en 19 juni 1939 rond op zee, van New York naar La Havana, Le Havre, Rotterdam, met nagenoeg 1000 vluchtelingen aan boord, zonder dat het ergens mocht aanmeren. Samen met de Belgische regering, zorgde Huysmans ervoor, dat het schip in Antwerpen welkom was, waarna de vluchtelingen hun reis naar een veilig onderkomen konden voortzetten.

[3] L. HANCKE, De Antwerpse burgemeesters van 1831 tot 2000, p.  202.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.