Socialisten aan het roer in Antwerpen (deel 3)

Camille Huysmans werd in 1947 als burgemeester van Antwerpen opgevolgd door de al even legendarische Lode Craeybeckx. Deel 3 over onze geschiedenis van de socialisten in het Antwerpse stadsbestuur gaat over de lange bestuursperiode van Craeybeckx in wat we nu als de gouden jaren van de opbouw van de welvaartstaat na de Tweede Wereldoorlog kennen.

 

Deel 3. Van de heropbouw van de stad naar de gouden jaren onder Lode Craeybeckx

De eerste naoorlogse gemeenteraadsverkiezingen in 1946 stonden in het teken van de Koningskwestie. Mede daardoor kon de CVP, de opvolger van de Katholieke Partij, de verkiezingen in Antwerpen winnen en de sterkste gemeenteraadsfractie vormen. Er volgde een verwarrende periode van coalitiegesprekken. Het verrassende eindresultaat was dat er een tweepartijencoalitie van BSP en CVP werd gevormd. Huysmans was op dat ogenblik eerste minister, waardoor een nieuwe naam, Lode Craeybeckx naar voor kwam. Niettegenstaande de BSP niet de grootste gemeenteraadsfractie was, werd Craeybeckx, wegens het vreemde verloop van de onderhandelingen, toch burgemeester. Hij zou dat blijven tot aan zijn dood op 25 juli 1976.

Craeybeckx was in zijn jonge jaren een activist, die zich later inzette voor de socialistische beweging, en dit zowel binnen als buiten de fysieke grenzen van de stad. In de jaren dertig was hij reeds vier jaar burgemeester van de randgemeente Deurne geweest. Hij was van beroep jurist en tegelijkertijd een typische vertegenwoordiger van een links flamingantisme, dat kenmerkend was voor de Antwerpse linkerzijde, zowel in de socialistische als in de communistische middens van de KPB.

Samen met voluntarisme op vlak van infrastructuurwerken vormt dit sociaal flamingantisme één van de wezenskenmerken van het lange burgemeesterschap van Craeybeckx, dat de gouden jaren van stijgende welvaart na de tweede wereldoorlog tot het begin van de economische crisis in de jaren zeventig omspande.

Lode Craeybeckx was een zeer populaire burgemeester, die de BSP verzekerde van opeenvolgende verkiezingssuccessen. Hij was, ook door zijn lange staat van dienst, het gezicht van Antwerpen, een stad in volle economische en culturele groei, in een periode waarin de sociale welvaartstaat vorm kreeg.

Het sociale beleid dat getrokken werd door de socialisten, kon zo steeds verder worden ontwikkeld. De echte architect daarvan was schepen Frans Detiège, die gedurende geheel de periode van het burgemeesterschap van Craeybeckx de sociale departementen bestuurde, die de verwezenlijkingen van de verzorgingsstaat concretiseerde op stedelijk vlak. Hetgeen in deze periode aan sociale voorzieningen werd ontwikkeld is ronduit spectaculair: Kindervrieugd (1946), stedelijke kinderopvang, jeugdcentra, vakantiecentra aan zee, bejaardenvoorzieningen, gezinshulp … Het Middelheimziekenhuis, dat onder toezicht stond van de COO (de voorganger van het latere OCMW) werd het belangrijkste en best uitgeruste regionale ziekenhuis.

Maar in deze periode werd de binnenstad ook grondig gesaneerd, met het opruimen door de stad van meer dan 5000 krotwoningen. Daarmee konden er opnieuw uitgebreide programma’s van sociale woningbouw in het oude stadscentrum worden uitgevoerd. Dat is achteraf gezien een belangrijke zaak gebleken. Terwijl in die periode in heel wat Europese steden de oude stadscentra door verkrotting doodbloedden, kon op die manier in Antwerpen de bewoningsfunctie van het oude centrum voor een groot deel behouden blijven. Alhoewel moet worden toegegeven dat ook dit de stadsvlucht sinds de jaren zestig niet heeft gestopt.

Het meest aansprekende voorbeeld is de wijk rond het Vleeshuis. Dit project uit de jaren zestig was ook omstreden, omdat hier niet alleen oude krotwoningen werden opgeruimd. Tegelijkertijd ging het oude karakter van de gehele buurt tegen de vlakte. Het stadsbestuur had immers gekozen voor een volledige tabula rasa en niet voor renovatie. Dat moet gezien worden in het toenmalige tijdskader, waarin daadkracht het nogal eens haalde op conservatie. Daar kwam terecht veel protest tegen.

Maar dat uiteindelijk de oude stad toch grotendeels behouden bleef, moet ook op het conto van de rol van de socialisten in het beleid worden geschreven. In 1971 werd Bob Cools de eerste schepen in België die bevoegd werd voor ruimtelijke ordening en stedenbouw. Dat die schepenbevoegdheid werd gecreëerd was onder andere ook het gevolg van de maatschappelijke druk die er einde jaren zestig kwam om zorgzamer om te springen met het oude architecturale patrimonium. Vanuit zijn bevoegdheid slaagde Cools erin dat er van die tabula rasa politiek werd afgestapt en dat er zou worden ingezet op het rijke verleden als uithangbord voor de aantrekkingskracht van de stad. Die beleidslijn, zou later medebepalend zijn voor het beleid van Cools als eerste burgemeester van Antwerpen na de fusie.

Al voor de oorlog waren de socialisten pleitbezorgers van sterke openbare diensten. De uitbouw van openbare dienstverlening, door stedelijke bedrijven of regieën werd in de naoorlogse periode geïntensifieerd en werden er ‘zuivere’ intercommunales voor gas, water en elektriciteit opgericht, waarin de overheid de enige aandeelhouder was. Die aandacht voor het in overheidshanden houden van basisdienstverlening staat in schril contrast met de privatiseringsgolf die vanaf eind jaren ’90 de kop opstak.

Dat er ten slotte in Antwerpen, de virtuele hoofdstad van Vlaanderen, niettegenstaande grote tegenkanting van het academische establishment, toch een universiteit is gekomen, is voor een groot stuk de verdienste van Craeybeckx. Voor hem was dit eerst en vooral nodig om de kinderen van de arbeidersklasse ook de kans te geven verder te studeren.

Toen Craeybeckx kort voor de gemeenteraadsverkiezingen plotseling stierf, werd Frans Detiège, die jarenlang de sterke man van het sociaal beleid achter de schermen was geweest, de laatste paar maanden van die legislatuur een korte tijd burgemeester.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.