Socialisten aan het roer in Antwerpen (deel 1)

We publiceren in zes afleveringen een geschiedenis van de socialistische aanwezigheid in het Antwerpse stadsbestuur. Deel 1 handelt over de periode van 1921 tot 1932 onder het burgemeesterschap van de katholiek Frans Van Cauwelaert, toen de socialisten voor het eerst hun stempel konden drukken op de Antwerpse politiek.

Deel 1 . Het mystieke huwelijk van socialisten en christendemocratie

De aanwezigheid van socialisten in het Antwerpse stadsbestuur dateert van voor de Eerste Wereldoorlog. In 1907 sloten socialisten een kartel met liberalen en 3 socialistische gemeenteraadsleden werden verkozen waaronder Maurits Terwagne en Alfred Cools. Bij ontslag of overlijden van een liberale schepen kon een socialist schepen worden. Zo geschiedde in 1909 en Alfred Cools werd schepen en zou dit blijven tot 1932.

Het jaartal 1921 vormt een echt keerpunt want zowel de Katholieke Partij met Frans Van Cauwelaert als de Belgische Werkliedenpartij met Camille Huysmans, boekten een klinkende verkiezingsoverwinning bij de gemeenteraadsverkiezingen in april van dat jaar. Het waren ook de eerste gemeenteraadsverkiezingen onder het stelsel van het algemeen enkelvoudig stemrecht (ook voor vrouwen, die ook stemplicht hadden voor gemeenteraadsverkiezingen – voor de nationale verkiezingen zou dat nog tot 1948 duren!).

Dat betekende een belangrijke historische doorbraak. Het stadsbestuur kwam immers in handen van een coalitie van christen-democraten en socialisten, een progressief bestuur avant la lettre, waarbij de conservatieve katholieken, die met een scheurlijst waren opgekomen en de steeds conservatievere liberalen buitenspel werden gezet. Van Cauwelaert werd burgemeester en de socialisten kregen een belangrijke voet in huis in het schepencollege.

Op de avond van de eerste vergadering van het nieuwe schepencollege, trokken twee stoeten, van christen-democraten en socialisten in triomf naar het stadhuis. Beide optochten smolten samen tot één grote democratische manifestatie. In de stad heerste het gevoel dat er een nieuwe wind zou gaan waaien.

Dat was ook zo. In zijn boek over de Antwerpse burgemeesters zegt Lode Hancké dat met dit college het democratische tijdvak aanbrak in Antwerpen. ¹ Zowel de BWP als de christen-democratische vleugel van de Katholieke Partij werden gedragen door een volksbeweging van arbeiders en lagere middenklasse, wat in schril contrast stond met het vorige stadsbestuur dat jarenlang in handen was van conservatieve liberalen zonder volkse achterban.

Men sprak van een ‘mystiek’ huwelijk tussen de katholiek Frans Van Cauwelaert en de socialist Camille Huysmans. Maar van beide zou enkel Camille Huysmans de Antwerpse politiek bepalen tot aan de tweede wereldoorlog. Wat was er dan zo mystiek aan die samenwerking? Beide politici konden zich vinden in hun flamingantisme. Samen met de Vlaamsgezinde liberaal Louis Franck, voerden ze als de ‘drie kraaiende hanen’ voor WO I actie voor de vervlaamsing van de Gentse Universiteit. Huysmans was pas kort na de oorlog naar Antwerpen gekomen, maar hij werd snel de spelbepalende figuur bij de Antwerpse socialisten. De goede verstandhouding met Van Cauwelaert, die van voor de Groote Oorlog dateerde, legde de grondslag voor de samenwerking tussen de twee volksbewegingen.

De levensbeschouwelijke kwestie, de onverzoenlijke strijd tussen katholieken en vrijzinnigen, maakte die samenwerking onwaarschijnlijk. Het is de verdienste van Huysmans en Van Cauwelaert, dat ze elkaar tegemoet kwamen in het ontmijnen van die schijnbaar onoverbrugbare tegenstelling. Er werd een Antwerpse schoolvrede gesloten, waarbij ook de katholieke scholen zouden worden erkend om in aanmerking te komen voor subsidiëring. Huysmans, die schepen van onderwijs was, voerde dat programmapunt van de coalitie dus uit, maar dat gaf hem, en en zijn latere plaatsvervanger, de vakbondsman Willem Eekelers, tegelijkertijd ook de mogelijkheid om het stadsonderwijs een grote vlucht te doen maken. Terwijl de jarenlange schoolstrijd de ontwikkeling van het officiële neutrale onderwijs stokken in de wielen had gestoken, maakte de Antwerpse schoolvrede het precies mogelijk dat Antwerpen de stad van de scholen zou worden, met een eigen scholennet, dat een grote bijdrage zou leveren aan de emancipatie van de arbeidersklasse.

De schoolvrede maakte de weg vrij voor de uitvoering van een sociaal programma, dat zich vooral liet voelen in de sociale huisvesting. Er werden drie grote sociale huisvestingsmaatschappijen opgericht.²

Om een actieve onderwijs- en sociale politiek te kunnen voeren, werd ook de stedelijke administratie uitgebouwd, een duidelijke breuk met de laissez-faire politiek van het vroegere liberale bestuur.

Tenslotte was het bestuur ook uitgesproken Vlaamsgezind. De stimulansen die het Vlaamse cultuurleven kreeg, zorgden ervoor dat Antwerpen opnieuw kon uitgroeien tot een culturele metropool. Bovendien droeg de vernederlandsing van het bestuur natuurlijk ook bij tot de democratisering van de werking van de stad.

Dat alles zorgde voor een vruchtbare voedingsbodem voor de verdere economische ontwikkeling van stad en haven. De bouw van de ‘Boerentoren’ (een project van de bank die met de Boerenbond verbonden was), de eerste wolkenkrabber in Europa, was als het ware de symbolische bekroning van de ontwikkeling die de stad in deze periode had doorgemaakt.

Van Cauwelaert bleef burgemeester tot het einde van de coalitie van christen-democraten en socialisten in 1932.

Deze coalitie was erg succesvol en legde de basis voor een continu beleid, dat zou duren tot het burgemeesterschap van Patrick Janssens. De continuïteit lag in de voortdurende aanwezigheid van socialisten in het bestuur en de sociale, maar ook cultureel vooruitstrevende politiek, waarvan ze de dragers waren.

 

[1] Lode Hancké, De Antwerpse burgemeesters van 1831 tot 2000, Antwerpen, 2000, p. 163.

[2]L. Hancké,  Ibid. p. 175.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.