Vier zwakke punten in het beleid van het huidig college van de Stad Antwerpen

Een bericht van David Hendrickx,  Stedebouwkundige

1.EEN ONGESTRUCTUREERDE AANPAK VAN DE MOBILITEIT

De mobiliteit in Antwerpen is vergelijkbaar met de verkeerssituatie uit de jaren zestig van de vorige eeuw en hinkt fel achterop ten opzichte van de grote steden in Europa. Zo is de stad Essen in het Ruhrgebied  de voetgangersstad bij uitstek in Europa. In het verkeersplan voor Bergen-op-Zoom van Ir De Ranitz werd vanuit een kernring het binnengebied ontsloten door lussen die toegang verlenen tot bedieningsstraten en parkeervoorzieningen. Rond de stadskern van Bremen zijn tangenten voorzien zodat de stad van uit verschillende stadsdelen bereikbaar is.

In Antwerpen is het droevig gesteld wat de verkeersituatie betreft. Zo zijn er straten zoals de Van Maerlantstraat waar fietsers tussen vrachtwagens en autobussen moeten rijden. Er ontbreekt een scheiding van verkeerssoorten of verkeersdifferentiatie. Men hoeft niet noodzakelijk naar verkeersplannen in het buitenland te kijken maar eveneens naar steden zoals Gent en Brugge waar de verkeers-organisatie een succesverhaal is geworden. Het verkeersplan van de stad Brugge werd tijdens de jaren zeventig opgemaakt door de Groep Planning met een lussensysteem gekoppeld aan de ring, het tracé van de middeleeuwse omwalling, om de bereikbaarheid en verkeerstoegangkelijkheid te verzekeren en er werd aandacht geschonken aan  de menselijke schaal door bepaalde stadsdelen autoluw en totaal verkeersvrij te maken. De winkeliers waren tevreden want hun omzetcijfer in de kuier/wandelgebieden steeg.

Door het huidige stadsbestuur is niets gebeurd op het vlak van verkeersmobiliteit en kent men de basisbeginselen niet: toegangkelijkheid(“accessibility”), parkeermogelijkheid (collectieve parkings) en de menselijke schaal (autoluw en autovrij van het openbaar domein )

In het mobiliteitsplan onder het vorige stadsbestuur waren die basisprincipes wel aanwezig. Dit plan werd echter door het huidige schepencollege in de schuif gestopt.

Uiteindelijk wordt het verkeer vandaag op opmerkelijke wijze verstoord door tal van infrastructuurwerken die simultaan worden uitgevoerd zodat fietser en autobestuurder heel wat omwegen moet maken. Voor de fietsers is het bovendien vaak cyclocross rijden en is men soms genoodzaakt voetpaden te gebruiken. De bevoegde schepen had een gecoördineerd stappenplan moeten opmaken zodat de verkeerspro-blematiek ingevolge de infrastructuurwerken  kon worden geminimaliseerd.

2.HET WOONTOEZICHT

Woontoezicht is een belangrijk deelaspect van het veiligheidbeleid en behoort tot de bevoegdheid van de burgemeester. Deze dienst werd op enkele jaren afgebouwd van 17 naar drie personeelsleden en kan amper functioneren. Heel wat verouderde huizen kunnen hierdoor niet worden gecontroleerd op hun veiligheid zodat de bewoners geen huurtoelage kunnen aanvragen. Er is tevens een potentieel gevaar voor brand. Men hoeft in dit verband maar te verwijzen naar de drie woningen (inclusief een Italiaans restaurant) op de Paardenmarkt die recent door brand totaal werden vernield. Het zelfde risico voor brandgevaar geldt ook voor studentenkamers die niet worden gecontroleerd.

3.HET NEGEREN VAN ADVIEZEN VAN DE GEMEENTELIJKE COMMISSIE VOOR RUIMTELIJKE ORDENING(GECORO)

Regelmatig werden ongunstige adviezen van de GECORO door de bevoegde schepen voor stedenbouw en ruimtelijke ordening naast zich neergelegd zonder een beslissing die met redenen wordt omkleed. Dit is aanvechtbaar bij de Raad van State en druist in tegen de motiverings-plicht. Vanuit de GECORO werd meermaals de vraag gesteld waarom zulke handelswijze wordt gehanteerd.

4 EEN BANALE ARCHITECTUUR EN HET ONTBREKEN VAN EEN GEINTEGREERDE BELEIDSVISIE OMTRENT STADSVERNIEUWING

De architectuur van de stad wordt de laatste jaren gekenmerkt door een gebrek qua ruimtelijke kwaliteit en een weldoordachte invulling in het stadsweefsel. Blijkbaar is men meer geïnteresseerd in bouwhoogten van promotorarchitectuur omdat dit meer opbrengsten levert in de schoot van projectontwikkelaars (potentieel prijsverhogingseffect). Bovendien ontwikkelt zich een te hoge verdichting. Het effect van het project ten opzichte van de bestaande bewoners wordt meer dan eens over het hoofd gezien. Dit lijkt sterk op negentiende eeuwse toestanden.

Het ontbreekt de bevoegde schepen aan een gëïntegreerde beleidsvisie omtrent stadsvernieuwing.Het voorstel om wat woonerfjes aan te leggen is onvoldoendstel. Het is zeer de vraag waarom tijdens de legislatuur geen stedenbouwkundige wedstrijd werd georganiseerd rond  stadsvernieuwing met het oog op de realisatie van een bepaald stadsvernieuwingsproject. Dit had hunnen bijdragen tot een ruimtelijke kwaliteitsverhoging en inspirerend kunnen werken voor het ruimtelijk beleid. Het ontbreken qua constructief initiatief is hier wel zeer opmerkelijk

DAVID HENDRICKX

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.